VLAAMS PARLEMENT

DIENST SCHRIFTELIJKE VRAGEN

 

DIRK VAN MECHELEN

VLAAMS MINISTER VAN FINANCIËN EN BEGROTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

 

Vraag nr. 2 van 1 oktober 2004 van de heer ERIK MATTHIJS

 

 

Spoorlijn Axelse vlakte Zelzale ‑ Tracé

 

Terneuzen (NL) vraagt orn de spoorlijn op de Axelse vlakte door te trekken naar Zelzate. Deze spoor­lijn zou de Axelse vlakte beter moeten ontsluiten en kan het centrum van het Sas van Gent ontlasten. Terneuzen steunt zich hiervoor op de beleidsvisie 2005‑2015 van het havenschap Zeeland Seaports.

 

Er is sprake van een westelijk of oostelijk tracé, waarbij het oostelijke de voorkeur krijgt.

 

De VVD‑fractie dringt aan op een spoedige ontwikkeling van de plannen, en pleegt hierover overleg met de VLD.

 

In mei 2004 werd wel in de gemeenteraadscommissie Econornie en Beheer van Terneuzen gesteld dat deze investering nog minstens zeven jaar op zich laat wachten, verrnits de doortrekking niet inge­schreven is in het investeringsprograninia van de Nederlandse regering

 

1. Welke zijn de geplande routes over Vlaanderen ?

2. Is juist dat het oostelijk tracé door het Krekengebied loopt in de gemeente Assenede ?

3. Worden de plannen gesteund door het Gents Havenbedrijf ?

4. Worden de plannen opgesteld in samenspraak met de Vlaarnse Regering ?

 

N.B. Deze vraag werd gesteld aan de ministers Kris Peeters (vraag nr. 4) en Dirk Van Mechelen (nr. 2).

 

 

 

 

 

 

DIRK VAN MECHELEN, VLAAMSE MINISTER VAN FINANCIEN EN BEGROTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

&

KRIS PEETERS, VLAAMSE MINISTER VAN OPENBARE WERKEN, ENERGIE, LEEFMILIEU EN NATUUR

 

Gecoördineerd antwoord op vraag nr. 4/nr. 2 d.d. 1 oktober 2004 van de heer Erik Matthijs, Vlaams volksvertegenwoordiger.

 

1.

 

Het geplande tracé in Vlaanderen is vastgesteld in het gewestplan en zal binnen afzienbare tijd (na afloop van de procedure) nogmaals worden vastgesteld in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de Gentse zeehaven. Voor de gewestplanwijziging van 1998 was een tracé voor een toekomstige verlenging van spoorlijn 204 voorzien aan de westzijde van de oostelijke R4. Bij de gewestplanwijziging van 1998 werd dit omgezet in een brede reservatiestrook voor spoorweginfrastructuur aan de oostzijde van de oostelijke R4. Bij de gewestplanwijziging van 2001 werd deze strook iets breder gemaakt om een iets verdere verschuiving mogelijk te maken. Bij het GRUP dat momenteel in openbaar onderzoek is werd de reservatiestrook nogmaals in geringe mate opgeschoven m.b.t. de definitieve ligging van de verkeerswisselaars van de belendende wegeninfrastructuur. Bij al deze wijzigingen blijft het principe van een strakke bundeling met de R4 echter onverkort gehandhaafd.

 

2.

 

Zoals hierboven vermeld loopt het geplande tracé strak gebundeld ten oosten van de oostelijke R4. Het krekengebied van Assenede bevindt zich aan de andere zijde van het kanaal Gent‑Temeuzen op een vogelvluchtafstand van ca. 7 km. In dat gebied is geen enkele spoorweginfrastructuur aanwezig noch gepland.

 

3.

 

Het Gents havenbedrijf ondersteunt de plannen voor de eventuele doortrekking van spoorlijn 204 maar meent wel dat dit steeds moet bekeken worden in samenhang met de ontwikkeling van de hele Gentse Kanaalzone. Dit wordt echter o.a. ondervangen in de studie rond de nautische toegankelijkheid van de Gentse Kanaalzone waarin ook aandacht wordt besteed aan de multimodale toegankelijkheid (o.a. via spoor) van het gebied.

 

4.

 

De opmaak van het gewestplan, c.q. GRUP is een bevoegdheid van de Vlaamse regering. Hieruit volgt dat het vastleggen van het tracé van een nieuwe spoorlijn eveneens tot de bevoegdheid van de Vlaamse regering behoort.

 

De bovenvermelde studie naar de nautische toegankelijkheid wordt in opdracht van de Vlaamse regering door de gouverneur van de provincie Oost‑Vlaanderen uitgewerkt. De resultaten van deze studie worden vermoedelijk eerstdaags aan de Vlaamse regering overgemaakt.