Beslissingen Schepencollege van Zelzate van 22 december 2003:

 

Stedenbouwkundige vergunningen - advies

1. Aanvrager   : Electrabel

Regentlaan 8

1000 Brussel

   Voorwerp    :     Oprichten van een windturbine

   Ligging     : Industriepark Rosteyne

           Afd. 2 – Sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h

Referte     : 3694/03

Advies      : Overwegende dat Zelzate in het RSV werd geselecteerd als buitengebied, waarbij één van de hoofdprincipes is: tegen-gaan van de versnippering, waarbij de verbrokkeling van de structuur van het buitengebied door bebouwing en infra-structuren moet vermeden worden om het te vrijwaren voor haar structuurbepalende functies, nl. natuur, bos, landbouw, wonen en werken;

Dat hieruit volgt dat de toenemende bovenlokale infrastruc-tuurprojecten op Zelzaats grondgebied de gemeente beletten om haar structuurbepalende functies te vrijwaren en een ernstige hinderpaal vormen in haar streven naar ruimtelijke kwaliteit;

Overwegende dat een tweede principe van het RSV de gedeconcentreerde bundeling is, m.a.w. het opvangen van de verwachte groei op die plaatsen waar al een concentratie van die functies bestaat;

Dat hierbij echter moet in aanmerking genomen worden dat op een oppervlakte van amper 13,5 ha met een grote woondicht-heid, de mogelijkheden tot bundeling van infrastructuren niet onuitputtelijk zijn;

Gelet op het feit dat de inplanting van de windturbine weliswaar voorzien is binnen een in het Windplan Vlaanderen afgebakend Klasse 1-gebied (= in aanmerking komend voor windenergie met hoogste prioriteit), maar wel aan de rand ervan en op zeer korte afstand van een Klasse 0-gebied (= niet in aanmerking komend voor toepassing van windenergie), nl. een woonzone;

Overwegende dat de site paalt aan relictzone Kloosterbos-Ramonshoek en er enkel van gescheiden is door R4-Oost;

Dat hieruit volgt dat de windturbine voor deze relictzone een storende impact zal hebben van visuele aard;

Overwegende dat de projectsite ten Noord-Oosten op ± 300 m en ten Zuid-Westen op ± 350 m verwijderd ligt van een complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen;

Dat op geen enkel moment in de projectstudie nagegaan wordt welke de mogelijke impact zal zijn van de windturbine op deze elementen;

Overwegende dat in de studie vermeld wordt dat er zich geen woonzones bevinden binnen een straal van 500 m en geen woningen van derden binnen een straal van 250 m van de windturbine (behoudens een conciërgewoning op 22 m waarvan de eigenaar zelf betrokken is bij het project);

Dat hierbij over het hoofd wordt gezien dat de inplan-ting enerzijds voorzien is op ± 500 m van een zeer dicht bebouwd woongebied en anderzijds op ± 350 m van Industrie-park Rosteyne 1 en ± 190 m van Industriepark Rosteyne 9, twee bedrijven mèt in gebruik zijnde woongelegenheid;

Overwegende dat in de recentste (25.11.2003) 2de werk-versie van het ‘Ruimtelijk beoordelingskader voor aanvragen van windturbines in de Gentse Kanaalzone’ opgemaakt door de ROM-werkgroep, sprake is dat voor beide kanten van de R4 idealiter minstens de totale hoogte van de windturbine (hier 100 m) als afstandsregel tot de rand van de weg dient te worden aangehouden;

Dat hierin tevens wordt vermeld dat voor R4-West en –Oost bovendien geldt dat deze autowegen moeten kunnen functioneren als ‘weg te volgen door helikopters’, waarbij een zone van 120 uit de rand en 150 m uit de as van de weg moet worden vrijgehouden t.o.v. de masten, maar bij voorkeur ook van de wieken;

Dat de afstand van de mast tot de rooilijn met R4-Oost in dit project 54,10 m bedraagt en vanaf de wiek tot de rooilijn 4,10 m.

Om voormelde redenen geeft het college een ongunstig advies voor de inplanting van een windturbine op de site gelegen, Industriepark Rosteyne, kadastraal gekend sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h.

 

 

4. Stedenbouwkundige vergunning - bezwaar in het kader van een openbaar onderzoek

HET COLLEGE:

-         Gelet op de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, ingediend door Electrabel NV – Regentlaan 8 te 1000 Brussel om op de percelen gelegen Industriepark Rosteyne, in genoemde gemeente, kadastraal gekend sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h, om volgende werken of handelingen uit te voeren: oprichten van een windturbine;

-         Gelet op het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999, gewijzigd bij de decreten van 28 september 1999, 22 december 1999 en 26 april 2000, inzonderheid op artikels 109 en 127,§1;

-         Overwegende dat Zelzate in het RSV werd geselecteerd als buitengebied, waarbij één van de hoofdprincipes is: het tegengaan van de versnippering, waarbij de verbrokkeling van de structuur van het buitengebied door bebouwing en infrastructuren moet vermeden worden om het te vrijwaren voor haar structuurbepalende functies, nl. natuur, bos, landbouw, wonen en werken;

-         Dat hieruit volgt dat de toenemende bovenlokale infrastructuurprojecten op Zelzaats grondgebied de gemeente beletten om haar structuurbepalende functies te vrijwaren en een ernstige hinderpaal vormen in haar streven naar ruimtelijke kwaliteit;

-         Overwegende dat een tweede principe van het RSV de gedeconcentreerde bundeling is, m.a.w. het opvangen van de verwachte groei op die plaatsen waar al een concentratie van die functies bestaat;

-         Dat hierbij echter moet in aanmerking genomen worden dat op een oppervlakte van amper 13,5 ha met een grote woondichtheid, de mogelijkheden tot bundeling van infrastructuren niet onuitputtelijk zijn;

-         Gelet op het feit dat de inplanting van de windturbine weliswaar voorzien is binnen een in het Windplan Vlaanderen afgebakend Klasse 1-gebied (= in aanmerking komend voor windenergie met hoogste prioriteit), maar wel aan de rand hiervan en op zeer korte afstand van een Klasse 0-gebied (= niet in aanmerking komend voor toepassing van windenergie), nl. een woonzone;

-         Overwegende dat de site paalt aan de relictzone Kloosterbos-Ramonshoek en er enkel van gescheiden is door de R4-Oost;

-         Dat hieruit volgt dat de windturbine voor deze relictzone een storende impact zal hebben van visuele aard;

-         Overwegende dat de projectsite ten Noord-Oosten op ± 300 m en ten Zuid-Westen op ± 350 m verwijderd ligt van een complex van biologisch waardevolle en zeer waardevolle elementen;

-         Dat op geen enkel moment in de projectstudie nagegaan wordt welke de mogelijke impact zal zijn van de windturbine op deze elementen;

-         Overwegende dat in de studie vermeld wordt dat er zich geen woonzones bevinden binnen een straal van 500 m en geen woningen van derden binnen een straal van 250 m van de windturbine (behoudens een conciërgewoning op 22 m waarvan de eigenaar zelf betrokken is bij het project);

-         Dat hierbij over het hoofd wordt gezien dat de inplanting van de windturbine enerzijds voorzien is op ± 500 m van een zeer dicht bebouwd woongebied en anderzijds op ± 350 m van Industriepark Rosteyne 1 en op ± 190 m van Industriepark Rosteyne 9, twee bedrijven mèt in gebruik zijnde woongelegenheid;

-         Overwegende dat in de recentste (25.11.2003) 2de werkversie van het ‘Ruimtelijk beoordelingskader voor aanvragen van windturbines in de Gentse Kanaalzone’ opgemaakt door de ROM-werkgroep, sprake is dat voor beide kanten van de R4 idealiter minstens de totale hoogte van de windturbine (hier 100 m) als afstandsregel tot de rand van de weg dient te worden aangehouden;

-         Dat hierin tevens wordt vermeld dat voor R4-West en –Oost bovendien geldt dat deze autowegen moeten kunnen functioneren als ‘weg te volgen door helikopters’, waarbij een zone van 120 uit de rand en 150 m uit de as van de weg moet worden vrijgehouden t.o.v. de masten, maar bij voorkeur ook van de wieken;

-         Dat de afstand van de mast tot de rooilijn met R4-Oost in dit project 54,10 m bedraagt en vanaf de wiek tot de rooilijn 4,10 m.

 

BESLUIT:

Enig artikel: - om voormelde redenen bezwaar in te dienen tegen de inplanting van een windturbine op de site gelegen in de gemeente Zelzate, Industriepark Rosteyne, kadastraal gekend sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h.

 

 

Beslissing Schepencollege van 20 januari 2004:

 

4. Stedenbouwkundige vergunningen - openbaar onderzoek

HET COLLEGE:

-        Gezien de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning van Electrabel – Regentlaan 8 – 1000 Brussel, ingediend bij de gewestelijke stedenbouw-kundige ambtenaar om op Industriepark Rosteyne, kadastraal gekend Sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h volgende werken of handelingen uit te voeren: oprichten van een windturbine;

-        Gelet op de wet van 29 maart 1962, houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, gecoördineerd bij decreet van 22 oktober 1996, inzonderheid op artikel 52,§3;

-        Gelet op het decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening van 18 mei 1999, gewijzigd bij de decreten van 28 september 1999, 22 december 1999 en 26 april 2000, inzonderheid op artikels 109 en 127,§1;

-        Gelet op het KB van 6 februari 1971 betreffende de behandeling en de openbaarmaking van de bouwaanvragen, inzonderheid op artikelen 5 en 6;

-        Gelet op het besluit van de Vlaamse regering d.d. 05 mei 2000;

-        Overwegende dat er tengevolge van de openbaarmaking, die plaatsvond van 25.11.2003 tot 25.12.2003, één bezwaar werd ingediend, nl. door het college van burgemeester en schepenen van Zelzate, Grote Markt 1 te 9060 Zelzate;

-        Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen d.d. 22 december 2003 houdende het indienen van bezwaar tegen de inplanting van een windturbine op de site gelegen in de gemeente Zelzate, Industriepark Rosteyne, kadastraal gekend sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h;

-        Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen de argumentatie voor de gemaakte opmerkingen gegrond acht.

BESLUIT:

Artikel 1: - Er bestaat, naar aanleiding van het openbaar onderzoek, aanleiding tot weigering van de stedenbouwkundige vergunning aan Electrabel, voor het oprichten van een windturbine op Industriepark Rosteyne, kadastraal gekend Sectie F, nrs. 868/e, 859/g en 859/h.

Artikel 2: - Afschrift van deze beslissing zal, samen met het advies van het college van burgemeester en schepenen, doorgestuurd worden naar de geweste-lijke stedenbouwkundige ambtenaar.