Regiment Gidsen

Home Nieuws Zelzate Leeft Gemeentebestuur Politiek & Beleid Zoeken & Links Sitemap

Back Home Up Next 21-11-2008

 

REGIMENT DER GIDSEN

Het kenteken van het Regiment der Gidsen

Het kenteken van het Regiment der Gidsen is samengesteld uit:

- het monogram van Koning Leopold I met erboven de koninklijke kroon afkomstig van het oorspronkelijke Regiment der Gidsen (1833-1874) en later hernomen door het eerste Regiment Gidsen;

- twee gekruiste rechte sabels versierd met distels, herinnering aan de "Belgische" Dragonders en aan hun roemrijke stormaanval bij Kolin in 1757, waardoor zij de leuze verdienden: "Qui s'y frotte s'y pique", leuze hernomen door het tweede Regiment Gidsen.

 

Het kenteken van het Tweede Regiment Gidsen

Het kenteken werd op 5 februari 1950 door de Verbroedering aanvaard om op de zwarte muts van de pantsertroepen gedragen te worden. In 1954 werd het kenteken van de Verbroedering door het Ministerie van Landsverdediging aanvaard en vanaf dan door het Regiment gedragen.

Het omvat:

- de koninklijke kroon - symbool van trouw aan Koning en Dynastie;

- twee gekruiste rechte sabels versierd met distels, herinnering aan de "Belgische" Dragonders en aan hun roemrijke stormaanval bij Kolin in 1757, waardoor zij de leuze verdienden: "Qui s'y frotte s'y pique", leuze hernomen door het tweede Regiment Gidsen;

- het cijfer twee van het regiment.

 

De historiek van het Regiment Gidsen

Na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 probeert het Voorlopig Bewind een strijdmacht op de been te zetten. Verschillende vrijkorpsen ontstaan. Eén ervan wordt “Kozakken van de Maas” genoemd. Deze naam had het te danken aan de Russische kozakken die na een bezoek in 1814 een diepe indruk nagelaten hadden door hun vreemd en wild uiterlijk. In 1831 wordt het omgevormd tot een compagnie die deel uitmaakt van het Maasleger, de Compagnie “Gidsen aan de Maas”. Reeds snel wordt zij omgedoopt tot “Eskadron der Gidsen”. In 1832 wordt een tweede en derde eskadron opgericht om tenslotte in 1833 het “Regiment der Gidsen” te worden.

De regering beslist in 1874 een Tweede Regiment Gidsen op te richten, enerzijds gevormd door twee eskadrons van het Regiment der Gidsen en anderzijds door de staf en twee eskadrons van de ontbonden Cavalerieschool. De resterende eskadrons van het Regiment der Gidsen nemen vanaf dan de naam “Eerste Regiment Gidsen” aan. In 1899 wordt een extra eskadron gevormd in elk van de twee regimenten, die op dat moment de Eerste Brigade, ook genoemd “Brigade Gidsen” van de Eerste Cavaleriedivisie, vormen.

Op 12 augustus 1914 neemt de Brigade Gidsen deel aan de slag bij Halen, waarbij een Duits Cavaleriecorps in de pan gehakt wordt door drie cavaleriebrigades. Op 19 oktober 1918 opent het Eerste Gidsen de brigademars. Een vijandelijke weerstandslijn ter hoogte van BURKEL wordt overwonnen en de naam van dit gehucht wordt ingeschreven op de standaard van het 1ste Gidsen. 's Anderendaags valt het Tweede Gidsen, dat het Eerste Gidsen heeft afgelost aan het hoofd van de Brigade, op een sterke vijandelijke weerstand voor MALDEGEM. Door een bliksemactie wordt de weerstand gebroken en dit levert een nieuwe eervolle vermelding op voor het Tweede Gidsen.

In 1922 besluit de regering om het Rijnbekken te bezetten met een “Belgisch Detachement aan de Ruhr”, onder bevel van het Eerste Gidsen en een eskadron Gidsen samengesteld uit personeel van het Eerste en Tweede Gidsen. Door de legerhervorming van 1925 vermindert de cavalerie met drie regimenten. Het Tweede Regiment Gidsen behoort tot de drie ontbonden regimenten. Op 20 oktober 1937 doet het Eerste Regiment Gidsen zijn laatste parade te paard. Vanaf dan is het volledig gemotoriseerd.

Op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval, wordt het Tweede Regiment Gidsen onmiddellijk in de strijd gegooid. Op 22 mei lost het Eerste Cyclisten af te ZELZATE. Het Duits offensief vindt plaats op 23 mei. Het Tweede Regiment Gidsen verzet zich hardnekkig ten koste van zware verliezen. Het heeft een nieuwe vermelding verdiend op zijn Standaard: ZELZATE.

De Slag om Zelzate

21 mei 1940 : het eskadron Motocyclisten versterkt door een peloton Mitrailleurs voert verkenningen uit naar Hulst en Koewacht alwaar schermutselingen met de vijand. Het regiment is weer in beweging: Mauritsfort, Philippine, De Haven, Waterland-Oudeman, richting Zelzate.

22 mei 1940 : het Tweede Gidsen neemt in Zelzate de sector over van 1 C met 1/I/18 Rijdende Artillerie, met drie bruikbare stukken, in rechtstreekse steun. De brug van Zelzate is vernield. De Duitsers bezetten de oostelijke oever en de Oostkade. De aflossing is om 23 uur beëindigd.

23 mei 1940 : aan de horizon een blauwachtige mist – om 09u20 voorziet men patrouilles voor verkenning van de vijandelijke oever - de eerste obussen vallen op Zelzate - ook “Minnenwerfers” en “Stukas”... 't is het begin van de gevechten - hevige bombardementen - pogingen van de vijand tot oversteken van het kanaal bij middel van tientallen rubberen bootjes - iedere poging wordt snel afgestraft – de commandoposten zijn vernietigd, fabrieken en huizen branden - in de eerste-hulp-post stromen de gekwetsten toe - reeds velen zijn gesneuveld - officieren nemen de gekwetsten hun plaats in aan de stukken - het vuren hervat en zo sneuvelden de luitenanten de Formanoir de la Cazerie, J. Dumon en F. D'Haeseleer - alle beschikbare manschappen, evenals de artilleristen worden naar de stellingen gestuurd - op de rechterflank is het 37e in wanorde gevlucht - onze flank ligt open, de toestand is ernstig - ten zuiden van Ertvelde gaat het 14e Linie in tegenaanval - de vijand poogt het Tweede Gidsen te omsingelen - verkenners infiltreren - de Duitsers bouwen nog steeds geen echte frontale aanval - trouw aan de menigmaal toegepaste en beproefde taktiek infiltreren zij en reeds worden de commandoposten sporadisch onder vuur genomen - vier gepantserde autos van 2L komen op tijd om steun te verlenen en de terugtocht van de rechter vleugel te vergemakkelijken - om 21u35 wordt het bevel tot algemene terugtrekking bevestigd - de IIe groep naar Staak en met algemene bestemming Aardenburg (Nederland) - de hele dag onder bommen en schroot hebben de Gidsen van het Tweede Regiment gestreden - de dood was alom.

 
Ooggetuigenverslag van luitenant Albert Dhondt van "De Achttiendaagse Veldtocht"

Boudewijn Dhondt uit Stekene publiceerde op basis van een manuscript van zijn vader een ooggetuigenverslag van de gebeurtenissen in mei 1940 op de website van de Heemkring d' Euzie. Met zijn toestemming neem ik de passages over van de Slag om Zelzate op 22 en 23 mei 1940.

Albert Dhondt heeft het front meegemaakt vanaf het ogenblik dat de Duitsers België binnenvielen tot aan de wapenstilstand. Als onderluitenant bij het 2de Gidsenregiment voerde hij het bevel over een peloton dat de tocht maakte van Opitter in Limburg tot aan de Belgische kust.

Op 2 juni 1940, kort na de wapenstilstand, werd hij krijgsgevangen genomen en weggevoerd naar Soest. Daar beschreef hij de “18-daagse veldtocht” zoals hij die van dag tot dag had beleefd. De notities werden neergeschreven met potlood op 69 pagina’s in drie gelijnde “schoolschriftjes”.  De auteur was toen 25 jaar en pas gehuwd.
De originele tekst werd trouw overgenomen, in de stijl en de spelling van toen, er werden enkel tussentitels, voetnoten en illustraties aangebracht.

22 mei 1940

De 21ste dus, zijn we vertrokken naar Waterland-Oudeman, waar we ‘s morgens 22 mei toekwamen. Nogal wel dat ze thuis mijn voeten niet zagen op dat oogenblik.

We hebben aangeklopt aan ‘t eerste ‘t beste huis waar we, na eerst hesp gegeten te hebben, konden slapen tot 8u ‘s morgens. De voeten verzorgen, andere schoenen zoeken en rond den avond, ‘k hoor den commandant ons nog zeggen: “Eindelijk een goed bericht: We gaan naar Zelzate, op het kwaadste aanvalspunt, jongens, we gaan mogen schieten.” De toekomst zou uitwijzen dat hij niet gelogen had.

De slag van Zelzate

Rond 21u kwamen we aan te Triest, tusschen Assenede en Zelzate. Vandaar uit zouden we te voet, terwijl het donker was, de Carabiniers aflossen en de lijn op het kanaal bezetten.

Aangekomen op het kanaal ontmoette ik, na eerst de stelling ingenomen te hebben, den Stekenaar Albert Paelinck, en op mijn vraag hoe de stelling was? Nu en dan eenige schoten. En hoeveel dooden ze hadden? Eén. Zoodus een kalme positie. Het eskadron was opgesteld: Op de grens Holland-Belgie peloton Morel, opvolgenlijk rechts: Dumon, Vandenkerckhove en ik. We bezetten het teerfabriek en ik bevond mij met een gevechtsgroep links en rechts van de groote teer- en petroltanks welke zich in dat fabriek bevonden, met rechts van mij, over den weg, het 1ste eskadron.

We hadden een flinke verdedigingsstelling (waarvoor we de Carabiniers mogen danken) en zaten in de kelders van de huizen welke zich juist op een 15tal meter voor de tanks bevonden.

Daar de jongens heel moe waren gaf ik bevel, niet op het geschut te antwoorden vooraleer een echte aanval begon, en de toelating voor heel het peloton te slapen, behalve twee dubbele schildwachten. Ikzelf ging in den commandopost van luit. Vandenkerckhove, een 30-tal meter van mijn eerste mechanisch wapen. Het nu-en-dan-geschut hield aan, waarover wij ons het minste bekommerden. We zouden niet gaarne ons stelling verraden. Bij gebrek aan bier dronken we wijn en daar we geen sigaretten hadden, rookten we 5-6 soorten sigaren. Dat huis zou toch kapot geschoten worden, en we lieten ons dan maar lekker smaken hetgeen we vonden. Dien nacht hebben we geslapen gelijk Turken, alhoewel nu en dan een kogel op de muur wegketste of door ‘t venster vloog.

23 mei 1940

‘s Morgens 23 Mei: hetzelfde lolleke langs den overkant ging voort. ‘k Legde dan ook maar dezelfde waakzaamheid aan den dag, en degenen welke niet van wacht waren, mochten zich bezig houden met spek bakken, sigaren rooken en eten-koken spelen. Mijn ordonnans, mijn trompet en die van Vandenkerckhove, hadden opdracht in het huis waar we geslapen hadden een lekker maal te bereiden tegen ‘s middags. Echt leutig was het dien middag. We hadden genoodigden: luit. Dhaeseleer, Marganne, en eerste chef Vandaele. De soep werd opgediend door ons ordonnansen met een voorschoot aan, een sigaar in hun mond en de wijnflesch in den zak. Want weerom dronken we wijn bij ons eten. En of die kiek lekker gesmaakt heeft!

We hadden echter nog maar juist gedaan of, bang! Daar hadden we een bom te pakken. We keken eens naar mekaar met een “Amai, dat was niet verre mis” en meteen gingen we buiten kijken. Een zestal vliegtuigen vloog over ons hoofd en nu viel de eene bom na de andere.

Elkeen van ons had direct hetzelfde gedacht: “Naar het peloton.” Daar werd niet op gewacht en onder de mitraillade van die vliegtuigen sprongen we de loopgrachten in, elk naar zijn peloton. En meteen begon ook het bombardement door de Duitsche artillerie.

Aangekomen in de eerste gevechtsgroep was er een volledige paniek ontstaan. “Pietje Blommaerts, gij blijft bij den F.M., de anderen op hun post, want zeker gaat nu een aanval beginnen. Ik ga eens kijken naar de 2de gevechtsgroep.” En meteen sprong ik de gang van het huis door, den hof op, en bevond mij op een 10-tal meter van de eerste tank, toen een brandbom hem in brand zette.

En meteen stond heel de tank in brand. De brandende pek liep over den asphaltweg, die zelf ook in brand ging, zoodanig dat het mij onmogelijk was mijn 2de gevechtsgroep te bereiken en, achtervolgd door de brandende teer, sprong ik terug het huis binnen, den kelder in bij de mannen. “Luitenant, kijk eens”. De Duitschers beschoten de schouw van de fabriek en meteen kwam de uitkijkpost omlaag.

En nu kwam de aanval. De schutter F.M. had opdracht gekregen te schieten op wat hij zag. Op een oogenblik roept hij mij toe: “Luitenant, er komen er een twintigtal uit het huis gesprongen.” “Piet, niet missen jongen, zij of wij. Wij kunnen niet achteruit terwille van den brand. Bogaerts, De Ceuster en Lenaerts aan de schietgaten. De anderen helpen bij het vullen van laders.” Ik pakte het eerste het beste geweer en ging mij aan de zijde van De Ceuster leggen. En nu begon het spelleke.

We zagen duidelijk dat een twintigtal Duitschers in den haast een boot buiten brachten om in het kanaal te werpen en meteen ging er een salvo van mijn gevechtsgroep uit (van de andere gevechtsgroep wist ik niets en hoorde geen geschut.) “Bravo, Piet.” Een zestal waren met het eerste salvo gevallen, de anderen vlogen terug de huizen binnen. Enkele minuten rust, daarna begon het geschut langs de vensters van den overkant. En nu werd het spel echt plezierig (aardig gezegd, doch het was zoo). Nu bevonden we ons niet als mensch tegenover mensch, maar als moordenaar tegenover moordenaar. De kogels ketsten op de muur en vlogen tegen ons ooren.

Op niets meer denkende keken we uit, en de eerste die zijn hoofd aan ‘t venster vertoonde, viel er na een oogenblik door, de straat op. Het was tot een wedstrijd gekomen tusschen mij en mijn andere karabijnschutters, wie het meest zou beneden halen. Het machinegeweer was voor een half uur buiten strijd gesteld door ontreddering terwille van de warmte. Zes heb ik er geteld die door het venster vielen en vervangen werden door zes anderen die vielen onder de kogels van Piet, die inmiddels zijn F.M. hersteld had. De kogels ketsten op de muur en op een zeker oogenblik kreeg ik een snerpende pijn in mijn hals. “Verdomme z’ hebben mij te pakken!” doch inplaats van een kogel, was het een steenschilfer die in mijn hals terecht gekomen was. Maar direct was de schrik daar weer en de paniek: “De luitenant is geraakt”. Dit duurde echter maar tot het oogenblik dat ik riep: “Piet, ze brengen een mitrailleuse op straat, om het eerst onze man. En ‘t spel herbegon. De mitrailleuse bleef staan, de mannen bleven er neven liggen, dood of gekwetst door onze kogels.

Intusschen was de brand op 20m van ons huis hooger opgedreven, we zaten er nu zoo een uur of twee in, en het zweet liep ons over het lichaam van de warmte. Ons gezichten waren zoo zwart als pek van ‘t stof, en elkeen niesde van den poederlucht die er heerschte. Het bombardement was toegenomen tot een ongeveer 7-8 bommen per minuut welke ons voorbij floten om verder in de fabriek te ontploffen. De fabriek zelf stond ook in brand.

Waar zou de andere helft van mijn peloton zitten? Verbrand of gered? Niet veel tijd om na te denken en geen tijd om week te worden. En we vochten voort. Een half uur later: “Luitenant, het huis staat boven ons hoofd in brand.” “Dat geeft niet jongens, we zitten hier beter dan buiten”. Geen enkele die veel sprak, en iemand die zich kwam beklagen, kreeg gelijk maar werd minachtend naar zijn post gezonden, tot niemand meer kloeg en het goede moreel het toppunt bereikte. Nu werden er grappen verteld op hetgeen we voor ons zagen. We maaiden weg hetgeen voor ons zat tot op het oogenblik dat langs de andere kant een deur openging en een kanon van 37mm in de opening verscheen. Bang! Het huis daverde boven ons hoofd, de bal trof in het dak. Een tweede trof beter en liet het dak instuiken.

Ik liet de anderen den loopgracht inkruipen, terwijl ik en Piet Blommaert trachtten het kanon tot zwijgen te brengen hetgeen ons niet lukte en enkele minuten later viel het huis boven ons hoofd in. Dit was echter voorzien, daarom had ik eerst twee uitgangen laten maken welke zelfs alle twee openbleven. Nu was het rond 16u, we hadden ongeveer 3½ uur in den brand doorgebracht met den vrees dat elk oogenblik die tanks (nu stonden ze allemaal in vlam) ontploffen zouden en de kokende en brandende pek de loopgrachten zou inloopen. Ik verzamelde mijn half peloton links van het huis en wees ze een nieuwe stelling aan, terwijl ikzelf bij den commandant zou gaan en verslag uitbrengen over ons werk en tevens de reden waarom ik van stelling veranderd was.

Het gezicht van de commandant zal ik nooit vergeten op het oogenblik dat hij mij zag opduiken. Deze had men zijn commandopost den lucht doen invliegen op het oogenblik dat hij juist eens buiten gegaan was en daarom was hij maar naar het peloton Vandenkerckhove gegaan om, samen met de soldaten met het karabijn te vechten. “Mijn commandant,” hoorde ik van verre roepen, “ginder zie, luitenant Dhondt leeft nog, hij komt naar hier geloopen.” De man kreeg bijna de tranen in zijn oogen wanneer ik bij hem kwam. “Albert, jongen we meenden dat ge levend verbrand waart, want tot hiertoe is de hitte bijna ondraaglijk. Ga rap terug naar uw mannen want ze zullen bang worden.” Op een loopke, nu en dan op mijn buik moetende kruipen, ging de weg terug naar mijn mannen.

Als ik zoo een 50m van de plaats was, viel er een voltreffer vlak op de plaats welke hun aangewezen was. Een ondraaglijk gedacht: al mijn jongens zijn gesneuveld. Doch, enkele minuten later zou ik gerust gesteld worden: Bang zooals ze geworden waren door mijn afwezigheid, hadden ze zich een 20-tal meter verder plat in den loopgracht gelegd en begonnen terug te leven wanneer ik op hun ruggen stapte: “De luitenant is terug” het eenige wat ze zegden, en blijdschap lag op hun afgemat vuil gezicht. “Luitenant, ga niet meer weg van ons, want we zijn bang als ge daar niet zijt.” Dat klonk bijna als een gebed en een biecht. Nu had ik geen opstelling meer beschikbaar en zou aanvullen waar mannen te kort waren. “Kom jongens, niet bang zijn, we gaan ginder verder, daar is de gracht smaller en dieper, ge moogt rusten tot het einde van het bombardement.” Mijn mantel lag in het huis waar we geslapen hadden en daar ik bang was een ziekte op te doen, ging ik hem halen. De kogels vlogen op de muur weg. Op mijn rug gelegen stampte ik met mijn voet de deur open en na de kogelregen die daarop volgde sprong ik binnen en na ook het instrument van mijn “trompet” meegedragen te hebben, vervoegde ik terug mijn jongens.

Het was nu rond 17u en nog altijd de eene bom achter de andere welke de grond rondom ons opwoelde. De lucht was een en al kruitdamp en wij zaten, de eene tegen de andere in een put, ons bom af te wachten, de eene sigaret na de andere rookende. Akelige uren, zijn dood te moeten afwachten. Op dat oogenblik zagen we een soldaat van het peloton buiten gelid al zuchtende en huilende komen afloopen, zich ontdoende van al zijn kleeren den loopgracht uitloopen en na enkele minuten vallen. Arme krankzinnige!...

Rond 20u was het bombardement opgehouden en werd het eskadron verzameld. Toen ik aan de commandopost kwam met mijn elf man, vond ik den commandant met het peloton Vandenkerckhove. En op mijn vraag naar luit Dumon? Gesneuveld. En Lt. Dhaeseleer en Lt. De Formanoir? Dood. En Morel? Nog geen nieuws. Van de zes officieren uit onzen sector waren er dus reeds 3 gesneuveld en een vermist. Toen een half uur later luit. Morel kwam opdagen vielen we mekaar in de armen en begonnen te wenen als kinderen. De soldaten van ons beide pelotons zwegen als dood en bekeken ons met ontzag en dankbaarheid. Morel had 8 dooden en was ontsnapt op dezelfde manier als ikzelf. Ikzelf had elf vermisten, misschien verbrand. Het eskadron had in ‘t geheel een verlies van rond de 30 man per honderd, hetgeen ontzaglijk is en in geen enkel ander regiment is voorgevallen. Maar... wij hadden den vijand niet doorgelaten!

Den aftocht dien avond door de brandende fabriek was ontmoedigend daar we niet afgelost werden. Op een andere plaats van ‘t kanaal waren de Duitschers doorgebroken.

N.B. Op de kogels die getroffen hadden waren op de tien drie gekwetsten en zeven dooden. Bijna allemaal scheuten in het hoofd. Het aanzicht van luit. Dumon na zijn dood wil ik niet beschrijven, het is al te wreed.

Te voet zijn we afgetrokken tot Assenede, de overblijvende officieren met het pistool in de hand. Door Assenede stonden de camions gereed. Werktuigelijk ben ik ingestapt en in slaap gevallen. Als ik wakker werd vroeg ik aan de chauffeur wanneer wij gingen vertrekken, waarop hij mij antwoordde dat we reeds aangekomen waren.

Voor het volledige ooggetuigenverslag van de Achttiendaagse Veldtocht: website Heemkring d'Euzie

 

Gegevens en eretekens van Jozef Van De Woestijne, soldaat in dienst bij het 2de Regiment Gidsen tijdens de oorlog 1914/18

Zie pagina op de website van Stanny van Grasdorff

 

Gedurende de Duitse bezetting zoeken de Gidsen elkaar op en organiseren zij clandestiene vergaderingen. Uit die eerste contacten van oud-Gidsen wordt de “Mobiele groepering Gidsen” geboren, die later aansluit bij de verzetsbeweging “Geheim Leger”. 

In 1945 wordt het tweetalig "Eerste Cavalerieregiment" opgericht om de tradities uit het verleden en een herinnering aan de oude eenheden te laten bestaan. In een richtlijn van de Generale Staf van 8 maart 1946, neemt het “Eerste Pantsercavalerieregiment” de naam aan van “Eerste Regiment Gidsen” en wordt het verkenningsregiment van het legerkorps. Het Tweede Regiment Gidsen wordt heropgericht in 1952 als reserve-eenheid, eveneens onder de vorm van een bataljon zware tanks.

Peterschapscharters tussen de Regimenten en hun petersteden concretiseren de banden die hen verenigen. Zo wordt de gemeente ZELZATE, ter gelegenheid van de regimentsfeesten in mei 1963, officieel de peterstad van het Tweede Gidsen. Evenzo wordt BRUSSEL gedurende meer dan een eeuw garnizoensstad, peterstad van het Eerste Gidsen.

De herontplooiing van de eenheden, voortvloeiend uit de reorganisatie van het leger, brengt met zich mee dat het Tweede Gidsen verhuist naar ALTENRATH. 1969 is ook het leveringsjaar van de LEOPARD-tank.

Nieuwe hervormingen dringen zich op door de veranderingen in het Oostblok en dit resulteert in het plan BEAR 97. In het kader van dit plan smelten het Eerste en Tweede Gidsen officieel samen op 30 juni 1994 om te LEOPOLDSBURG het Regiment der Gidsen opnieuw op te richten in de schoot van de Pantsercavalerieschool. De “Pantsercavalerieschool - Regiment der Gidsen” is tweetalig en bestaat uit drie korpsniveau's: het Departement Commando, het Departement School en het Regiment der Gidsen.

 

HET ESKADRON GIDSEN

In het kader van de nieuwe structuur en het moderniseringsplan 2000-2015 van Defensie werd onder andere beslist om het Eskadron Gidsen in het leven te roepen. Het Eskadron vindt zijn oorsprong voor een groot deel in het 3L Para van Flawinne en dit vooral op het vlak van de opdracht, de organisatie en het materieel. Wat daarentegen het personeel betreft, komt er, gezien de nieuwe ligging in het kwartier Lombardsijde te Nieuwpoort, niemand rechtstreeks over van 3L Para.

Op 3 juni 2002 komt het installatiepersoneel van het Eskadron toe om de aankomst van de eenheid voor te bereiden, en dit zowel op logistiek gebied als op het vlak van de infrastructuur. Een groot gedeelte van het materieel is zoals gezegd afkomstig van 3L Para, maar ook van andere eenheden wordt er materieel overgenomen. De gebouwen, die tussen 2003 en eind 2005 vernieuwd worden, worden ter beschikking gesteld door 14A.

Vanaf september 2002 wordt er getraind met één peloton verkenners, en in functie van de aankomst van bijkomend personeel gaat men over naar twee, later naar drie pelotons.

Sinds begin 2003 vervult het Eskadron zijn opdrachten in de schoot van de Brigade Paracommando als onafhankelijk verkenningseskadron. De voornaamste opdrachten van deze gevechtseenheid zijn de verkenning, zowel bij dag als bij nacht, van vijand en terrein, alsook het oprichten van mobiele check-points en het uitvoeren van allerhande patrouilles. Het Eskadron houdt zich klaar om één peloton te leveren in het kader van een eventuele inzet met een Paracommando-eenheid in Afrika.

         

In zijn definitieve vorm bestaat het Eskadron uit het commando en zijn staf en drie verkenningspelotons, elk peloton bestaande uit zeven verkenningsjeeps. Bij het belangrijkste materiaal vindt men Milans, MAG’s, Minimi’s en nachtzichtapparatuur zoals Goggles, Lunos, Sophie, Mira, Irbis. Het aantal aanwezige militairen bedraagt ongeveer honderdvijfentwintig.

Het Eskadron heeft op 5 februari 2003 de standaard en de tradities overgenomen van het Regiment der Gidsen en draagt op zijn muts het kenteken van ditzelfde regiment. Zowel de rode als de zwarte muts worden gedragen. De standaard van het Regiment der Gidsen wordt bewaard te Lombardsijde. De eerste en tevens ook laatste Korpscommandant van het Eskadron als onafhankelijke eenheid is de Majoor VANPUYVELDE Peter, de RSM is de Adjudant-Chef MYLLE Roland.

Op 25 mei 2003 werd het 40-jarig peterschap tussen het Regiment en de gemeente Zelzate gevierd. Tijdens deze plechtigheid ondertekenden burgemeester John Schenkels, gemeentesecretaris Willy De Meyer, majoor Peter van Puyvelde (Eskadron Gidsen te Lombardsijde) en kolonel Eddy De Bock (voorzitter Verbroedering 2de Gidsen) de peterschapsband tussen het Eskadron Gidsen van Lombardsijde en de gemeente.

In maart 2004 houdt het Eskadron Gidsen op te bestaan als onafhankelijke eenheid, en wordt als derde gevechtseskadron geïntegreerd in het 1 Regiment Jagers te Paard. Het blijft gestationeerd te Lombardsijde.

Om zich te oefenen in zijn opdrachten, organiseert het Eskadron vanaf het begin allerlei oefeningen in het binnenland (in de klassieke kampen en in burgerterrein), en neemt met eenheden van de Brigade Para-Commando deel aan buitenlandse kampen zoals OTTERBURN (Groot-Brittanië) en SENNELAGER (DUITSLAND). Tevens wordt er naar gestreefd om bepaalde specifieke aanwezige know-how, zoals commando- en parachutagetechnieken, te onderhouden of aan te leren. Het Eskadron heeft in zijn rangen specialisten zoals onderrichters commando, onderrichters close-combat, despatcher, snipers, DAS-veiligheidspersoneel aan de ambassades in Afrika, en tracht het nodige te doen om deze kwalificaties te behouden.

         

         

Als Eskadron van het Eerste Jagers te Paard levert het Eskadron Gidsen vijfenveertig militairen voor de opdracht ISAF VII/2 te KABUL, Afghanistan en achtendertig militairen voor BELUKOS 19 te MITROVICA, in de Servische provincie Kosovo. De voorbereiding en uitvoering van deze opdrachten nemen het grootste deel van 2005 in beslag. De opdracht ISAF start eind juni, de opdracht BELUKOS eind juli, en dit telkens voor vier maanden. Het weze gezegd dat het personeel van het Eskadron tijdens de twee opdrachten vooral opvalt door zijn hoge graad van professionaliteit.

Na de opdrachten en vanaf begin 2006 herneemt de eenheid de training in zijn core-business, als een verkenningseskadron met drie pelotons, waarvan twee para-commando-gebrevetteerd.

Commandant Wim Bellings,
Eskadronscommandant van het Eskadron Gidsen
sinds april 2004.

Zie ook de pagina over de Verbroedering van het 2de Regiment Gidsen op www.1jp.be

 

Back Home Up Next

pagehits sedert 04-11-2000:

website CD&V-gemeenteraadslid Martin Acke

 martin@acke.info   © 2000-2010