Geschiedenis 2

Home Nieuws Zelzate Leeft Gemeentebestuur Politiek & Beleid Zoeken & Links Sitemap

 
Back Home Up Next            30-03-2002

 

DE STRIJD OM DE NIEUWE KERK OP DE OOSTTRAGEL

De nieuwe kerk van 1879 - het duel DE MOOR - WILLEMS

De strijd om de opbouw van de nieuwe kerk beperkte zich niet tot het duel Pastoor De Moor - Burgemeester Willems. Het strekte zich uit tot een koude oorlog van het geestelijk gezag tegen het burgerlijke, van het katholicisme tegen het liberalisme, waarvan Pastoor en Burgemeester de respectievelijke herauten waren, hier in ons dorpje, in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Honoré Willems was de vader van het anticlericale liberalisme, van de papenvreters. Ambtshalve zetelde hij nu en dan in de kerkfabriek, waar zijn vriendelijkheid furore maakte, maar in het nieuw gemeentehuis in de Wittoucklaan was hij de blauwe dictator, heel wat geslepener dan zijn rode nazaten.

Pastoor De Moor was de ideale pastoor van ten lande, met een edel beleid, gefundeerd op mensenkennis en theologie. Twee hoofdkenmerken verheften hem boven zijn oppervlakkige tegenstrever; de diepzinnige wijsheid en de geïncarneerde goedheid voor het verpauperde volk. Hij was allerminst de denker terzijde van het leven, zoals sommigen beweren. Dat bewijst de geschiedenis van de nieuwe kerk.

In 1857 was E.H. Joannes Baetens pastoor te Zelzate. Een man vol ijver en godsvrucht - twee eigenschappen die thuis horen bij de uitzet van elke zieleherder. Hij kon geven, omdat hij vermogend was, en hij deed het ook! De hoop op hem gesteld voor het oprichten van een nieuwe kerk was niet ongegrond, want 25.000 F stelde hij reeds ter beschikking tot dat doel.

Burgemeester Maryn Leyn (1848 - 1861) was met de pastoor in goede verstandhouding. Op 4 april 1860 ging een eerste verzoekschrift van de kerkfabriek, door de burgemeester zelf opgesteld, naar de Gouverneur van "de provincie van Vlaenderen".

Mijnheer,

Op het verslag van den bureau der Kerkfabriek van den Raad in zitting van den eersten dezer gedaen, wegens den staet van het gebouw der Kerk, en de groote herstellingen die er aen benoodigen door hare oudheid en bouwvalligheid waer in zij zich thans bevindt, en welke alsnu nog dringender geworden zijn door de schade daer aen, door de laetste stormwinden veroorzaakt, heeft de Raed besloten zich tot uw mijnheer de Gouverneur te wenden, en uw te verzoeken gelijk hij bij dezen is doende, om eenen Ingenieur of Deskundigen zoo spoedig mogelijk te zenden om allen hetzelve te bestatigen en zijn gevoelen dien aengaende alsmede over de grootheid van de Kerk in evenredigheid van de bevolking der gemeente, en de gelegenheid der plaets alwaer de zelve thans is staende, te kennen te geven.

Voor den Kerkenraed
De Burgemeester
Getekend: M. Leyn
Selzaete, 4 April, 1860. 

Gevolg gevend aan dit schrijven, kwam een centrale commissie een uitgebreid onderzoek instellen (1860 - 1861) waarna een architectonisch verslag werd opgemaakt door Mr. Govaert, opzichter van de waterstaat van Gent. De provincie verwierp het project van herstelling, gezien de zeer slechte staat van 't gebouw.

Er diende naar een nieuwe kerk uitgezien ...

Op het kritieke moment gaf Maryn Leyn zijn ontslag. Niet sectair genoeg volgens Brussel of... de politieke druk te zwaar voor zijn godsdienstige overtuiging? Zijn zoon Eduard, was aan het seminarie en werd op 19 december 1868 priester gewijd. Op 22 december 1868 had de eremis plaats in een opgekalefaterd kerkje (overleden op 10 april 1869). Met het ontslag van Maryn Leyn verzoop elke verwachting op een nieuwe kerk in het liberale sop.

Honoré Willems verscheen op het toneel. Eeklonaar van geboorte (6 maart 1817), katholiek opgevoed, kwam hij als notaris carrière maken te Zelzate, op 10 maart 1851. Tweemaal was hij burgemeester (1861-1872 en 1878-1887) en hanteerde handig zijn tweesnedig zwaard: katholiek-liberaal. Hij was gekunsteld en vicieus, intelligent en joviaal, kerkmeester en liberaal! Als volksmenner was hij de sluwe vos. Verdeel en heers! Zelzate viel uiteen als een mulle kluit. In zijn geslepenheid wist hij de eenvoudige menskens te bedotten. Nooit een openbare uitval tegen de opbouw van de nieuwe kerk, maar van in zijn hart zwoer hij dat ze 'r niet zou komen!

In oktober 1861 zetelde Honoré voor het eerst in de Kerkraad. Men gaf lezing van een brief van de gouverneur "om van de reparatiën af te zien", men stelde voor "de herbouwing van de kerk op een andere plaats" en vroeg een hulpsom van 300 F aan de provincie voor de restauratie van het pastoreel huis.

De pastorij herstellen... Ja, dat kwam in orde (10 juni 1860). Ook "het kaleien al buiten en het kuischen en witten al binnen der Kerk" (in juli 1862). Maar wat de nieuwe kerk betrof, daarop liep de kerkraad de kop te pletter tegen de onverbiddelijke weerstand van de gemeenteraad.

Antwoord op brief van 4 januari 1865.

Antwoord op den voorenstaanden brief.                     Selzaete, den 21 January, 1865.

Mynheeren.

Ter voldoening aan uwe geëerde letteren van 4e dezer maand, hebben wij de eer U te laten weten, dat, aangezien wij nopens uwe inzichten onwetend zijn voor al betrekkelijk het belangrijke van uitgaven voor wat aangaat de veranderingen toe te brengen aan de oude kerk als voor het uit den grond nieuwe kerk te bouwen, wij met spyt ons in de onmogelijkheid bevinden op eene voldoende en bepaalde wijs te antwoorden aan uwen gezegden brief.

Met byzondere hoogachting noemen wy ons, Mynheeren

Op bevel
De voorl. Secretaris             De Burgemeester en Schepenen
     Get.                                     Get. H. Willems

Aan de heren Pastor en verdere leden van de Kerkfabriek, Selzaete.

 

Antwoord op de brief van 20 februari, 1865.

Antwoord op den Voorenstaanden brief.                Selzaete, den 23 Maart, 1965.

Mynheeren.

Onder terugzending der stuks welke Uwen brief van 20 february jongstleden vergezelden, hebben wy de eerU ter kennis te bringen dat den raad zich nogmaals in de onmogelykheid bevonden heeft aan uwen bovengemelden brief bepaaldelijk te antwoorden, om dat hij vermeent te weinig ingelicht te zyn van de onkosten te spruiten uit den herbouw der oude Kerk, alsnog van die gene voort te vloeyen door het uit den grond nieuw te bouwen Kerk,

Met gevoelens van byzondere achtting, noemen wy ons

Op bevel de Hr Secretaris                     Burgemeester en Schepenen
   
Get. H. Heirman                                     Get. H. Willems

Aan de heren leden van den Kerkraad te Selzaete.

 

Ondertussen vielen er elke zondag mensen flauw in het benepen kerkje aan 't Endeken. Het misverzuim nam toe en in de mate dat het volk zin verloor voor godsdienst won het liberalisme veld.

Twee nieuwe stichtingen: Sint-Jan Baptist door de Broeders van Liefde (1863) en de school van de Zusters van de H. Vincentius (1862) brachten een "renouveau" in de teleurgang van het katholieke Zelzate.

Geloofswaardige personen verklaren dat Mr. Willems aan Mgr. Bracq zou gezegd hebben : "Neem Pastoor Baetens weg, geef ons 'n nieuwe pastoor en de kerk zal er seffens zijn!" Het gebeurde. In maart 1868 werd Mr. Baetens benoemd te Moerzeke en vervangen door Carolus-Zacheus Libert, geboortig uit Waarschoot. (21 augustus 1820).

Voor de tweede maal was Mr. Willems aanwezig in de kerkraad. Op 26 juli 1868 ontvangt de gemeente reeds een nieuw verzoek voor de opbouw van de kerk, waarop weer een afwijkend antwoord:

Selzaete, den Augusty, 1868.

Mynheeren.

Wij hebben de eer U ter kennis te brengen, dat aan den Gemeente Raad alhier, in zitting van 8sten dezer maand is mededeeling gegeven, van uwen brief van 26 July jongstleden, betrekkelijk de ontworpen nieuw te bouwen Kerk in deze gemeente en dat den raad in de onwetendheid verkeerende, vooral betrekkelyk het belangryke van uitgaven voorwat betreft het nieuw bouwen der Kerk, heeft goedgevonden den Heer Burgemeester den last op te dragen met den Heer Pastoor over deze zaak van aangelegenheid mondelings te onderhandelen.

Aanvaardt, Mynheeren, de nieuwe verzekering onzer volkomen hoogachting

Burgemeester en Schepenen
       get. Willems.

Al de valse argumenten, die bij mondeling contact schering en inslag waren, kunnen als volgt samengebundeld worden :

- Wij mogen ons niet stellen voor onoverkomelijke uitgaven...
- De bemeubeling zal ook een rond sommeke kosten...
- Een nieuwe pastorij zal volgen...
- De aankoop van de grond draagt te veel servituden...
- De voorstellen van de kerkfabriek zijn onduidelijk en behoeven nadere inlichtingen.
- Wij moeten onze lasten bepaald omschreven zien, willen we beginnen !
- Wij moeten ook zorgen voor de belangen van de gemeente.

En... hij bouwde een nieuw gemeentehuis (1870).

Na de laatste brief aan de gemeente, 3 januari 1869, zag Pastoor Libert in dat de onwil onoverkomelijk was. Er diende anders gewerkt. Vadertje Willems moest uit het zadel gelicht worden! Daartoe nam hij openbaar, in de hem kenmerkende ongezouten taal, niet alleen de moedwillige tekortkomingen van Willems op de korrel, maar stelde de liberale dwarsdrijverijen aan de kaak. Met een eerder onhoofse buiging in de richting van Brussel bedankte hij voor verdere samenwerking. De parochianen zouden zelf het laatste woord spreken op de verkiezing van 2 juli 1872.

Pastoor Libert schreef (in 't latijn) : "De zegepraal is van de kant van de goeden met grote vreugde vernomen, maar met matigheid gevierd." Op 24 aug. 1872 kwam de schriftelijke benoeming en op 2 september 1872, te 4 h. in de namiddag, is de nieuwe burgemeester Louis De Cock het gemeentehuis binnengetreden. ‘s Avonds had er verlichting plaats aan bijna alle huizen en "omnia sine tumulta peracta sunt".

Na de grote kuis verzocht pastoor Libert, moe en ziek, om zijn verplaatsing naar een rustiger pleksken. Mariakerke bij Gent werd hem toegewezen (1873). Wie de kroon op het werk kwam zetten was niemand minder dan E.H. Florentius de Moor. Met zijn aanstelling op 16 februari 1873 laaide de vlam van de verwachting weer op. Het klimaat was buitengewoon gunstig en de kerkraad actiever dan ooit.

Kerk Van Selzaete. Staat van het personeel 1875 - 1879

E.H. Florent de Moor, pastoor
M. Louis De Cock, Burgemeester
Louis Hesters, voorzitter, lid
Louis Colpaert, schrijver, lid
Charles Vercauteren, schatbewaarder, lid
Angelus De Witte
Ivo Noé, lid
Marinus Beyaert, lid
Waren Burgemeester Mr. Louis De Cock.
Schepenen: Mr. Charles Muyshondt, Mr. Louis Hester.

De parochianen zagen de kerk reeds in hun verbeelding oprijzen, ergens aan de Oosttragel, zoals het rondliep in de volksmond. Maar de volksmond liep de werkelijkheid vooruit. De schrik voor de grote onkosten bezorgde de gemeenteraad koortsen, met huiduitslag: kleingeestige dorpspolitiek en verdeeldheid in de katholieke gemeenschap.

Erger nog ! De zwarte pokken van half februari tot einde juni 1875, staken zelfs het mooie opzet in de doofpot. Dokter burgemeester De Cock en pastoor De Moor, geholpen door een "mercenarius" hadden de handen vol met het bestrijden van de pest. (Een lelijke ziekte, gepaard met bloedvloeiing, die het karakter had van een bloedige buikloop.) Behalve het geratel van de vigilante van de doctor was het in de straten doodstil. Het werd een gewoon verschijnsel de vader zijn kind, de man zijn vrouw en de dokter met de pastoor een lijk naar de begraafplaats te zien dragen. Niemand dierf de huizen van de pestlijders naderen om hulp te bieden, noch aan levenden noch aan doden. Bijzonder het werkvolk van Wittouck en Tijdgat was door een panische schrik aangegrepen, want onder hen was de pest uitgebroken. Er stierven in 3 maand tijd 29 grote mensen en 27 kinderen.

Ondertussen kwam de kiezing van october op haar muilen aangesleft. De troebelen waren te voorvoelen aan de ergerlijke houding van de leden van Sint-Sebastiaansgilde (41 leden in 1875), die pastoor De Moor uit de hun voorbehouden banken had gejaagd om hun schandalig gedrag tijdens de goddelijke diensten. Neen, de duivel was niet dood ! Hij had zich knusjes genesteld in de persoon van Honoré Willems, hoofd van de gilde.

Mgr. Bracq kwam op 14 juni de goede gemeente een riem onder het hart steken, ter gelegenheid van het vormsel, en meteen de twee nieuwe inrichtingen Sint-Jan en 't Klooster bezoeken.

De weldoende gevolgen lieten zich voelen. De grond aan de Oosttragel voor de nieuwe kerk bestemd, en voortkomende uit de erfenis van Jozef De Clercq met Ida Hesters, kwam in openbare verkoop op de veiling van 12 juli 1875. In overeenkomst met Jules, Kamiel en Pauline De Clercq ging hij naar het kerkfabriek voor de som van 17.250 F.

In oktober 1875 viel de kiezing uit in het voordeel van de liberalen. Een wrange vrucht van de onderling onenigheid onder de katholieken. Maar de Voorzienigheid deed deze tegenslag in zegen verkeren! Waar mensen strijden daar strijdt de Heer. De nederlaag bracht de verdeelden bij elkaar. Ze hadden nog het bestuur tot aan de jaarwende en met de moed van de wanhoop wierpen ze zich gezamenlijk op de reusachtige onderneming, die ze zeker niet zouden aangedurfd hebben bij kiesmeerderheid. Zo gebeurde het, vóór dat ze het bestuur neerlegden, dat de afbakening van de kerk en het grootste deel van de onkosten vereist voor de opbouw, door hun berekeningen goedgekeurd en toegestaan, waren verwezenlijkt.

Naderhand moest dat maar door de tegenstrevers vereffend "Après nous le déluge !" Er gebeurde nog 'n tweede wonder: één van de tegenstrevers, Petrus De Nockere, viel af in het voordeel van de katholieken, waardoor ze de meerderheid en het bestuur in handen hielden.

De nieuwe kerk !

Plans, bestek en lastenkohier waren opgemaakt door de bouwkundige De Perre-Montigny uit Gent en in zitting van 19 december 1875 goedgekeurd. Het bestek beliep 300.300 F. In zitting van 16 juli 1876 werden zij als volgt aangevuld en vastgesteld

1. Aandeel der Gemeente 150.000
2. 1e aandeel der Kerkfabriek (door leening bij het Gemeente Crediet) 50.000
3. 2de aandeel der Kerkfabriek (door leening bij het Gemeente Crediet) 20.300
4. Borgtocht des HH. Pastoors (omhalingen) 20.000
5. Schatting der materialen (oude Kerk) 10.000
6. Aandeel der Provincie 25.000
7. Aandeel der Staat 25.000
        Totaal: F 300.300

Bij proces-verbaal van aanbesteding werd op 13 september 1876 Mr. Florimond Van Varenberg uit Gent tot aannemer aanvaard voor de som van 300.100 F.

De nieuwe kerk !

Er zat spanning in de lucht ! Einde september (1876) stak men de eerste spade en op 3 juli 1877 wijdde Mgr. Bracq de eerste steen.

Het titanen gebouw vergde cyclopenwerk ! Metser Spiessens uit 't Schaperke verloor er het leven bij (viel van de stelling bij het optrekken van een balk) en Eduard Lefebure vloog van het werk, niet door de Perre, maar door zijn vrouwke Melanie, die toevallig haar man boven op de hemelhoge houten centers van de viering de bouten zag toedraaien.

De Perre en Florimond draaiden ook de schroeven toe ... bij het werkvolk ! Een prachtkerk rees op, slank in sierlijk neogothische stijl. De forse lijnen, waarvan de stoerheid gemilderd door witte steen, verhieven zich plechtig tot in de wolken. Niets bleef ongedaan om het complex waardig en stevig te maken: sterker materiaal voor de transeptondersteunende kolommen, overeenstemming tussen de 3 ingangen, witte arduinsteen voor de consolen rondom de kerk, Engelse schaliën voor het dak, achthoekige afgezaagde kapiteelkoppen in plaats van vierkante, op kolommen van steen uit Zinnik, het doorboren van de tussenspitsbogen in het triforum, het optrekken van de kleine kolommen onder de gewelfsteen in de zijportalen.

Daar de drummers al té gevoelig genuanceerd waren, diende de witte lijn onderbroken, zelfs een nieuw ontwerp werd gemaakt van het drielobbig venster boven het portaal... zoveel verbeteringen door de commissie van monumenten voorgesteld tot het bekomen van een harmonisch geheel. Het hoofdportaal was een juweeltje op zichzelf.

Ook geen geld werd gespaard. Dat getuigen de bijkomende onkosten voor grondvesten (6.053,77 F) en verfraaiing (10.500,00 F), samen 16.553,77 F (goedgekeurd bij zitting van 7 october 1877).

Donderdag, 7 augustus 1879, triomfdag voor Zelzate: de plechtige inwijding! Ze werd gedaan door Mgr. De Battice, titelvoerend bisschop van Pella en coadjuctor van Mgr. Bracq. Boven het portaal stond te lezen : "Ziet hier Gods werk. - ó wonderbaar toch in onze ogen!

Voor één keer toch scheen de zon in het leven van Pastoor De Moor en zijn onderpastoors Van Puymbroeck P.C. (1870-1879) en Carolus Bauwens (1879-1884). De plechtigheid ging gepaard met het toedienen van het H. Vormsel aan 159 jongens en 156 meisjes. Wie met recht en reden fier was op het peterschap was de verdienstelijke Ludovicus De Cock en Julia De Meester.

De feestroes scheen onbedaarlijk. Op zondag 10 augustus, Sint-Laurens en Kermis, werd de kerk opengesteld voor de goddelijke diensten. Daarna grote stoet ! De heren etaleerden hun gouden (?) horlogekettingen op de buik en de Zelzaatse schonen pronkten met kanten kap en sjaal en met een gehele kleerkast om het lijf. 

Het eerste bruidspaar dat onder de nieuwe spitsbogen tot het altaar opgeleid werd was Car. Lod. Haemerlinck met Nathalia De Rycke (14 augustus 1879).

Eens de jubeldagen achter de rug trad de bezadiging in. Hoeveel heeft de kerk nu eigenlijk gekost?

Aankoop van grond 17.250,00 F, aannemingsprijs 300.100,00 F, bijkomende onkosten 16.553,77 F geeft een totaal van 333.903,77 F. De diverse toelagen van gemeente, provincie en staat beliepen 234.291,46 F. De rest, 124.612,31 F (delging van een lening van 25.000,00 F inbegrepen), werd verzameld uit ophalingen en giften.

De jubel van het jaar 1879 voor de kerkelijke gemeente Zelzate, waarvan de luister nog toenam door het oprichten van de eerste parochiale jongensschool, (de Grijphoek), stak schril af tegen de politieke hemel van het land. (De Wet Humbeek). Het sereen blauw van vroeger was verdrongen door donkerblauw. De goddelijke Voorzienigheid (en pastoor Libert) had in 1872 een katholiek bestuur aan het hoofd van de gemeente geplaatst opdat de kerk er zou komen. Pas was die zending volbracht of Honoré Willems werd opnieuw op de burgemeesterszetel getrokken door de liberalen na de kiezing van 1878.

Bewaard blijft de proclamatie die hij tot het volk richtte bij zijn wederaanstelling op 5 oktober 1879:

"Neen, Mijnheeren, wij gedoogden niet dat het geheel en al gebeurde (het bouwen der Kerk) zonder toezicht van de bevoegde overheid, (ho !), zonder bekommering over de te zware lasten, en enkelijk maar welbevallen van Hem, die door niets anders aan de gemeente verkleefd is dan door den zucht op die wijze - ten onzen nadeele - in zijne betrekkingen vooruitgang te maken en dan eens, doordrongen van onverschilligheid (ho??) de gemeente te verlaten, zonder zelfs een woord van spijt of nadenken te laten."

De bittere ondertoon laat de wrok al te klaar doorschemeren.

Spijt: omdat dit prachtig monument de overwinning van het katholiek geloof op het liberaal verzet vereeuwigt?

Onverschilligheid : Gaf De Moor na zijn verplaatsing, niet een som van 5.000 F voor de bemeubeling van de kerk? Onverschilligheid is doorgaans niet zo vrijgevig!

De heksendans herbegint. Vadertje Honoré komt effen rekeningen maken.

- Het slopen en verkopen van de oude kerk (men stak de toren in brand want niemand durfde erop) bracht 3.000 F op. Alhoewel de kerk nooit eigendom van de gemeente was geweest en nooit door de Franse Revolutie was aangeslagen, toch eigent het gemeentebestuur zich dit geld toe, gesteund in hun roof door de zwenkende jurisprudentie van die tijd en wel bewust dat de kerkfabriek zwichten zal voor de kosten van een proces zonder einde. De diefstal werd voltrokken in de kerkraad van 8 mei 1881.

Vadertje Honoré monkelde vergenoegd ...

- In dezelfde hatelijke geest wil het gemeentebestuur geen toelagen voor de onderpastoors in het budget van 1880.

Vadertje Honoré verkneukelde zich heimelijk ...

- In 1882 staakte het gemeentebestuur verdere uitkering van de verschuldigde toelagen. In de verslagen van 19 - 22 - 26 maart en 16 april 1882 lezen we tussen de regels dat deze netelige toestand voor de kerkfabriek onhoudbaar was. Gelukkig kwam er een bestuurlijke tussenkomst van de Heer gouverneur, die in zitting van 2 juli 1882 was aangevraagd en ingewilligd.

Vadertje Honoré lachte groen ...

- Het kerkhof was van oudsher eigendom van de kerkfabriek. In 1845 heeft Pastoor de Sutter openbare verkoop gehouden van de bomen, waarvoor Mr. Sabot, Notaris alhier, 243 F overhandigde op 1 januari 1846. In april 1845 heeft het kerkbestuur 12,24 F betaald aan Mr. Baecke van Wachtebeke voor 15 olmenplanten, 1 F aan J. Geers voor vervoer en 0,5 F aan Gulielmus Ackers voor het planten.

In 1882 heeft de kerk, de bomen op haar eigendom door haarzelf geplant verkocht voor 320 F. En nu... eist de gemeente het geld en het kerkhof op! De kerkfabriek was verzuild van verontwaardiging. Wat de geuzen te Gent deden in 1870, dat deden de liberalen in Zelzate in 1882. Liever dan geldslokkende processen te voeren zwichtte de kerkfabriek voor de overmacht.

Vadertje Honoré grinnikte voldaan ...

Brussel zag toe en vond het goed: een staatsmiddelbare school was de beloning (21 september 1879).

In die chaos van wrokkige plagerijen en mensenonterende roof klonk de klacht van Pastoor De Moor aan Mgr. Bracq.

"Z. Excellentie kent de zeer moeilijke omstandigheden in mijn parochie, die met de dag groeien, door het voortdurend bijkomen van vreemdelingen die voor het merendeel de liberale partij aanhangen en die in mijn parochie strijden tegen al wat goed is. Nochtans veruit het grootste deel van werklieden en armen hangt de goede partij aan. Maar de werklieden gaan gebogen onder het juk van de liberalen die de werken leiden en de werklieden van voedsel en kleding voorzien.
De oprichting van een fabriek door echte katholieken zou een zeer gelukkige verandering van de toestand meebrengen. Nu zuchten de werklieden onder de harde slavernij van de liberalen die hun kinderen afnemen voor de "Scholis damnatis", en zo ze weerstand bieden hun werk en voedsel onthouden.
Mocht Zijne Excellentie het hart van één of ander katholiek kunnen bewegen, opdat wat in Temse en Aarschot gebeurd is, eens bij ons moge gebeuren, nl. het oprichten van een fabriek door echte katholieken."

31 juli 1882.

Na 20 jaar wringen werd de grond, waarop de kerk moest oprijzen, losgemaakt op 12 juli 1875, de bouw aanbesteed op 13 september 1876, de kerk ingewijd op 7 augustus 1879, de laatste afbetaling aan de ondernemer (4.553,77 F) gestort op 20 februari 1885 en 66ste jaardoding in het jaar 1945.

Het duel De Moor - Willems ?

De goedheid van Mr. Pastoor heeft de liberale overtuiging van Vadertje Honoré aan het wankelen gebracht. In de avond van zijn leven, geconfronteerd met de dood, trof hem de genade tot inkeer. Hij ging zelfs een lening aan tot het in stand houden van de vrije scholen. Wie op 17 maart 1901 de H. Sakramenten ontving, zijn geest gaf in Gods handen op de ouderdom van 84 jaar en daarna plechtig begraven werd in de nieuwe kerk, dat was Mr. Honoré Willems, de vader van het liberalisme te Zelzate. Dat hij ruste in vrede...

Op 25 februari 1892 werd Pastoor De Moor deken benoemd te Deinze, waar hij overleed op 13 maart 1905.

De stille toeschouwer van alles wat zich in Zelzate afspeelde was Leopold Van Laere, kosterorganist van 1860 tot 1912.

De Moor - Willems, twee omstreden figuren, die elk naar hun aard een hemelsweldadige of een duivelsschadelijke activiteit ontplooiden, waardoor ze de streek in beroering brachten. Hun conflict was één aspect van de eeuwige strijd tussen goed en kwaad, waarvan Zelzate het front is tot op heden.

De personen verdwijnen, het kwaad draagt pseudoniemen, de tegenpartij verft zich rood, maar de strijd blijft.

Auteur: Br. Leopold
Bron: Sint-Laurensklok Jg. 34 N° 3, tijdschrift van de oud-leerlingen van Sint-Laurens.
   

Back Home Up Next

pagehits sedert 04-11-2000:

website Martin Acke

 martin.acke@telenet.be   © 2000-2014