Politiereglementen 1

Home Nieuws Zelzate Leeft Gemeentebestuur Politiek & Beleid Zoeken & Links Sitemap

 
Back Up Next            26-02-2005

POLITIEREGLEMENTEN

2.01.POLITIEVERORDENING VAN DE BURGEMEESTER D.D. 23-12-1997 I.V.M PAK-VERVUILING (TELEN VAN GROENTEN - GEBRUIK VAN GRONDWATER ALS DRINKWATER - GEBRUIK VAN WEILAND EN AKKERLAND) (18-02-1998)

BEKRACHTIGING DOOR DE GEMEENTERAAD VAN 18-02-1998
DE RAAD :

- Gelet op de politieverordening d.d. 23 december 1997 van de burgemeester luidende als volgt :

BIJZONDERE POLITIEVERORDENING UITGAANDE VAN DE BURGEMEESTER VAN ZELZATE

OVERWEGING/MOTIVATIE

- Gelet op de politieverordening d.d. 6 oktober 1997 houdende verbod van consumptie van bovengrondse bladgroenten afkomstig uit de moestuinen gelegen in de zone afgebakend door het kanaal Gent-Terneuzen / de Groenstraat / Franz Wittoucklaan (West) / Pierets de Colvenaerplein / Burgemeester Joseph Chalmetlaan / Rijkswachtlaan / J.F. Kennedylaan / Tractaatweg en de grens met Nederland.

- Gelet op de bekrachtiging van deze politieverordening door de gemeenteraad in zitting van 5 november 1997.

- Gelet op de politieverordening d.d. 24 september 1997 van de heer burgemeester waarbij de politieverordening d.d. 17 juni 1997 (invoering van een totaalverbod op het gebruik van grondwater voor consumptie door mens en dier) wordt ingetrokken.

- Gelet op de bekrachtiging van deze politieverordening door de gemeenteraad in zitting van 29 september 1997.

- Gelet op de aanbevelingen van de PAK-werkgroepvergadering d.d. 22 december 1997.

- Overwegende dat het opvolgen van deze aanbevelingen noodzaakt tot het opmaken van een nieuwe, dringende politieverordening.

- Gelet op de hoogdringendheid en in afwachting van verdere onderzoeksresultaten.

- Gelet op de nieuwe gemeentewet art. 134§1.

BESLUIT

Art. 1 : De politieverordening d.d. 5 november 1997 in verband met het verbod tot consumptie van bovengrondse bladgroenten in de zone afgebakend door het kanaal Gent-Terneuzen / de Groenstraat / Franz Wittoucklaan (West) / Pierets de Colvenaerplein / Burgemeester Joseph Chalmetlaan / Rijkswachtlaan / J.F. Kennedylaan / Tractaatweg en de grens met Nederland wordt ingetrokken en vervangen door huidig besluit.

Art. 2 : Vanaf heden wordt binnen de zone begrensd door het kanaal Gent-Terneuzen, de Kanaalstraat, de Kerkstraat-Noord, de Polderstraat en de grens met Nederland :

a) het telen van groenten, zowel bladgroenten als wortel- en knolgewassen, verboden
b) het gebruik van grondwater als drinkwater verboden
c) het gebruik van weilanden als graasweide en het gebruik van akkerland voor het telen van gewassen, verboden.

De achterliggende tuinen en/of weilanden van de Kerkstraat-Noord en van de Polderstraat vallen eveneens onder deze verbodsbepalingen.

Art. 3 : Elke inbreuk wordt gestraft met politiestraffen.

Art. 4 : Deze politieverordening zal worden bekendgemaakt op de wijze voorgeschreven door art. 112 van de nieuwe gemeentewet.

Art. 5 : Afschrift van huidige verordening wordt overgemaakt aan de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg, de griffie van de politierechtbank, de politiecommissaris en de rijkswachtbrigade.

- Overwegende dat voormelde politieverordening werd genomen in toepassing van art. 134§1 van de nieuwe gemeentewet en dat de politieverordening aldus door de gemeenteraad dient te worden bekrachtigd.

- Gelet op het amendement van de heer Frans Van Acoleyen waarbij hij verzoekt om alle bestaande politieverordeningen inzake PAK's-vervuiling in te trekken en ze te vervangen door een intensieve informatiecampagne i.v.m. de risico's naar de bevolking toe.

- Overwegende dat het amendement van de heer Frans Van Acoleyen wordt verworpen met 13 ja-stemmen tegen 1 neen-stem bij 9 onthoudingen.

- Overwegende dat de CVP-fractie de motivatie van zijn stemgedrag (neen-stem) wenst genotuleerd te zien (de fractie stemt tegen omdat men niet akkoord gaat met het feit dat de burgemeester zwaardere maatregelen heeft uitgevaardigd dan door de PAK-werkgroepvergadering d.d. 22 december 1997 aanbevolen).

- Gelet op de nieuwe gemeentewet, art. 134§1, art. 119 en art. 117.

BESLUIT :

In openbare zitting

Met 14 ja-stemmen tegen 4 neen-stemmen bij 5 onthoudingen :

Art. 1 : - De voormelde politieverordening d.d. 23 december 1997 van de burgemeester wordt bekrachtigd.

Art. 2 : - Afschrift van huidig bekrachtigingsbesluit wordt overgemaakt aan de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg, de griffie van de politierechtbank, de politiecommissaris en de rijkswachtbrigade.

 

2.02. POLITIEVERORDENING VAN DE BURGEMEESTER D.D. 10-07-1998 I.V.M PAK-VERVUILING (TELEN VAN GROENTEN - GEBRUIK VAN GRONDWATER ALS DRINKWATER - GEBRUIK VAN WEILAND EN AKKERLAND - TOEGANG TOT HET PARK - VISSEN OP DE VISVIJVER) (08-09-1998)

BEKRACHTIGING DOOR DE GEMEENTERAAD VAN 08-09-1998
DE RAAD :

- Gelet op de politieverordening d.d. 10 juli 1998 van de burgemeester luidende als volgt :

POLITIEVERORDENING VAN DE BURGEMEESTER

Wij, John SCHENKELS, burgemeester van de gemeente ZELZATE,

OVERWEGING / MOTIVATIE :

- Gelet op art. 134§1 van de nieuwe gemeentewet.

- Gelet op art. 112 van de nieuwe gemeentewet.

- Gelet op de politieverordening uitgaande van de burgemeester d.d. 23 december 1997 , bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 18 februari 1998, houdende :

a) verbod tot het telen van groenten, zowel bladgroenten als wortel- en knolgewassen, in de zone begrensd door het kanaal Gent-Terneuzen, de Kanaalstraat, de Kerkstraat-Noord, de Polderstraat en de grens met Nederland
b) verbod van het gebruik van grondwater als drinkwater binnen de onder punt a vermelde zone
c) verbod tot het gebruik van weilanden als graasweide en verbod tot gebruik van akkerland voor het telen van gewassen binnen de onder punt a vermelde zone.

- Gelet op de politieverordening uitgaande van de burgemeester d.d. 27 mei 1997, bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 17 juni 1997, houdende verbod tot toegang van het park in de zone begrensd door : 
      - WO-richting : Vredekaai/Havenlaan
      - ZN-richting : einde parking tot kanaalarm Gent-Terneuzen

- Gelet op de politieverordening uitgaande van de burgemeester d.d. 11 april 1997, bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 17 april 1997, houdende visverbod op de vijver gelegen in voormeld park.

- Overwegende dat voormelde en andere politieverordeningen steeds werden uitgevaardigd op basis van de adviezen uitgevaardigd door de ambtelijke werkgroep in verband met de PAK-verontreiniging waarin zetelen de vertegenwoordigers van het provinciebestuur, de gezondheidsinspectie, VITO, het provinciaal centrum voor milieuonderzoek, het ministerie van landbouw, Aminal, OVAM, provincie Zeeland, gemeente Evergem, gemeente Wachtebeke en gemeente Zelzate, dit onder voorzitterschap van het kabinet van de minister van Volksgezondheid.

- Overwegende dat in de laatste vergadering van voormelde PAK-werkgroep d.d. 05 juni 1998 werd overeengekomen dat, gezien de eerste resultaten van het beschrijvend bodemonderzoek en de resultaten van de nieuwe risico-evaluatie van VITO worden verwacht begin juli, zijnde in de vakantieperiode, een onderhoud zou plaatsvinden tussen een beperkte delegatie, zijnde een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur van Zelzate, van OVAM en van VITO teneinde over te gaan tot een eventuele wijziging van de bestaande voorzorgsmaatregelen op basis van de nieuwe gegevens.

- Overwegende dat deze vergadering op 09 juli 1998 plaatsgevonden heeft.

- Overwegende dat werd besloten tot :

a) handhaving van alle bestaande maatregelen inzake gebruik van grondwater en groenten, zoals hierboven omschreven, waarbij het verbod tot het gebruik van het grondwater als drinkwater echter wordt uitgebreid tot het volledige grondgebied.
b) opheffing van het verbod tot toegang van het park (voorwaardelijk zie hierna).
c) opheffing van het visverbod (voorwaardelijk zie hierna).

- Overwegende dat de toegang tot het park kan worden toegestaan mits men, uit voorzorgsmaatregelen, de kinderen niet laat spelen op de verontreinigde gronden.

- Overwegende dat het visverbod kan worden opgeheven mits men, uit voorzorgsmaatregelen, de gevangen vis niet consumeert.

- Overwegende dat de bevolking, in het bijzonder tijdens de lopende vakantieperiode, gezien de nieuwe aanbevelingen en onder de in de aanbevelingen vermelde voorwaarden in de mogelijkheid moet worden gesteld het park opnieuw te betreden.

- Overwegende dat aldus een aanpassing van bestaande politieverordeningen zich opdringt.

BESLUIT :

Art. 1 : - De politieverordening d.d. 27 mei 1997, bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 17 juni 1997, houdende verbod tot toegang van het hierboven omschreven park, wordt opgeheven. Er blijft echter een speelverbod binnen voormeld park.

Art. 2 : - De politieverordening d.d. 11 april 1997, bekrachtigd door de gemeenteraad in zitting van 17 april 1997, houdende visverbod op de vijver gelegen in voormeld park, wordt opgeheven. De consumptie van de aldaar gevangen vis wordt echter verboden.

Art. 3 : - Alle overige politieverordeningen blijven behouden (politieverordeningen d.d. 23 december 1997 i.v.m. het gebruik van grondwater, i.v.m. het telen van groenten en i.v.m. met het gebruik van weilanden en akkerland), waarbij het verbod tot gebruik van grondwater als drinkwater wordt uitgebreid tot het volledige grondgebied.

Art. 4 : - Deze politieverordening gaat in vanaf heden.

Art. 5 : - Elke inbreuk wordt gestraft met politiestraffen.

Art. 6 : - Afschrift van huidige verordening wordt overgemaakt aan de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg, de griffie van de politierechtbank, de politiecommissaris en de rijkswachtbrigade.

- Overwegende dat voormelde politieverordening werd genomen in toepassing van art. 134§1 van de nieuwe gemeentewet en dat de politieverordening aldus door de gemeenteraad dient te worden bekrachtigd.

- Gelet op de nieuwe gemeentewet, art. 134§1, art. 119 en art. 117.

BESLUIT :

In openbare zitting

Met 18 ja-stemmen tegen 3 neen-stemmen :

Art. 1 : - De voormelde politieverordening d.d. 10 juli 1998 van de burgemeester wordt bekrachtigd.

Art. 2 : - Afschrift van huidig bekrachtigingsbesluit wordt overgemaakt aan de Bestendige Deputatie van Oost-Vlaanderen, de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg, de griffie van de politierechtbank, de politiecommissaris en de rijkswachtbrigade.

 

 

2.03. POLITIEREGLEMENT OP HET STORTEN VAN HUISHOUDELIJKE AFVALSTOFFEN IN CONTAINERS OP HET GEMEENTELIJK CONTAINERPARK (02-09-2003)

BESLUIT:

Artikel 1: doel:

Het gemeentelijk containerpark is een inrichting die tot hoofddoel heeft de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en Klein Gevaarlijk Afval (KGA) mogelijk te maken met het oog op maximale recyclage van deze stoffen.

Artikel 2: ligging:

Het containerpark van de gemeente is gelegen te 9060 Zelzate, Karnemelkstraat 5.

Artikel 3: toegankelijkheid:

In het containerpark mogen enkel huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van particulieren wonende te Zelzate en bedrijfsafvalstoffen die omwille van hun aard en samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijke afvalstoffen en afkomstig zijn van KMO’s en ZO’s gevestigd te Zelzate gedeponeerd worden.

Het containerpark is toegankelijk

dinsdag, woensdag en vrijdag: van 08.30u tot 12.00u en van 13.00u tot 16.30u
zaterdag van 09.00u tot 12.00u en van 13.00u tot 16.00u

Dinsdag is de enige dag dat zelfstandigen worden toegelaten.

Buiten de openingsuren is het containerpark niet toegankelijk voor personen, vreemd aan de dienst.

Op zon- en feestdagen is het containerpark gesloten.

Artikel 4: omschrijving afvalstoffen:

Op het containerpark mogen enkel de afvalstoffen worden aangeboden vermeld op de containers en vermeld in het werkplan en de handleiding.

De afvalstoffen mogen slechts na goedkeuring van de aanwezige toezichter enkel in de daartoe voorbestemde en van duidelijke vermelding voorziene container of stortvak gedeponeerd worden.

Op het containerpark worden volgende afvalstoffen selectief ingezameld:

Voor particulierenVoor KMO’s en ZO’s
Metalen++
AEEA+- (*)
Bont glas++
Vlak glas++
Puin++
PMD++ (**)
Plastiek++
Houtafval++
Textiel++
Papier en karton++
Isomo++
Kringloopvuil++
Tuinafval+-
Boomstronken+-
Snoeihout+-
KGA+-
Gyproc-platen+-
Asbestplaten+-
Kurk+-
Tapijt en vasttapijt+-

(*) Eindverkopers dienen het AEEA aan te bieden op het ROS te Lokeren (IDM)
(**) Het PMD afkomstig van KMO’s en ZO’s dient te worden aangeboden en afgeleverd in de hiertoe voorgeschreven PMD-zak.

Artikel 5: intern toezicht:

Tijdens de openingsuren is het containerpark permanent onder toezicht van de dienstdoende, verantwoordelijke containerparkwachter.

Iedere bezoeker is verplicht zich voor registratie bij hem/haar aan te melden.

Voor KMO’s en ZO’s dient een aanbrengformulier te worden ingevuld en ondertekend ter goedkeuring.

De containerparkwachter heeft ten allen tijde het recht om de identiteit te controleren van wie afvalstoffen naar het gemeentelijk containerpark brengt.

Artikel 6: inwendige orde:

Op het containerpark worden enkel personen toegelaten die afvalstoffen komen deponeren.

Het is de containerparkwachter toegestaan de aanvoerders van afvalstoffen buiten de omheining te laten wachten indien er zich reeds teveel mensen op het containerpark bevinden.

Kinderen onder de 12 jaar, dienen vergezeld te worden door een begeleider.

Het is verboden dieren te laten rondlopen op het containerpark.

Bij het storten van afval moeten, naast de schriftelijk aangebrachte aanduidingen en richtlijnen, ook de richtlijnen van het personeel, aangesteld door de gemeente, nageleefd worden.

De aangevoerde nettovracht mag hoogstens 300 kg en/of 2m3 bedragen per dag per aanbrenger.

De aanvoer van steenpuin kan gebeuren:

- in bulk, op dinsdag en zaterdag, met een maximale aangevoerde nettovracht van 1 m³ per dag per aanbrenger,
- in recipiënten met een maximale gezamenlijke inhoud van 50 l, op vrijdag en zaterdag.

Voor particulieren gelden volgende bijkomende bepalingen:

- De voertuigen, al dan niet met aanhangwagen, waarvan het gewicht meer dan 2.500 kg bedraagt, worden geweigerd met uitzondering voor wat de aanvoer van snoeihout betreft.
- Snoeihout mag onbeperkt worden aangevoerd;
- De aanvoer van frituurolie en/of –vet is beperkt tot 10 l of 10 kg per aanbrenger per dag.

Artikel 7: retributie:

- De afvalstoffen worden gratis aangeboden door particulieren.

- KMO’s en ZO’s betalen overeenkomstig de bepalingen van het retributiereglement voor het deponeren van afval door KMO’s en ZO’s op het gemeentelijk containerpark.

Aan de aangestelden van de gemeente mogen geen fooien gegeven worden; deze mogen onder geen enkele voorwaarde fooien aannemen.

Artikel 8: verkeersregeling:

De hoger genoemde afvalstoffen dienen zoveel mogelijk gesorteerd aangevoerd te worden teneinde de verblijfsduur van de bezoeker op het terrein te beperken.

De snelheid is beperkt tot 10 km per uur.

De bezoekers en de ophalers/verwerkers zijn ertoe gehouden de aanwijzingen van de toezichter te volgen.

Artikel 9: netheid:

De gebruikers van het containerpark moeten de omgeving van de containers en de overige ruimte van het terrein steeds zo rein mogelijk houden.

Gebeurtelijk kunnen zij door de containerparkwachter gevraagd worden het door hen bevuilde terrein te reinigen.

Tijdens de sluitingsuren van het containerpark is het verboden afval te deponeren aan de toegangspoort.

Het plaatsen van afvalstoffen aan de toegangspoort wordt aanzien als sluikstorten.

Artikel 10: vuur/beschadigingen:

Op het containerpark is het verboden te roken of op enige andere wijze vuur te maken.

Het is verboden enige beschadiging aan te brengen aan de omheining, containers, gebouwen of uitrusting.

Artikel 11: straffen:

Inbreuken op onderhavig reglement zullen gestraft worden met politiestraffen, met name geldboeten van 0,025 tot 0,620 EUR (te vermenigvuldigen met de wettelijk bepaalde factor) en/of gevangenisstraffen van 1 tot 7 dagen, voor zover door wetten of algemene verordeningen geen andere straffen voorzien zijn.

Artikel 12: bekendmaking:

Dit reglement zal, naast de gebruikelijke bekendmaking zoals bepaald in artikel 112 van de Nieuwe Gemeentewet, uitgehangen worden ter hoogte van het portiershuisje, ter kennisgeving van de bezoekers.

2.04. POLITIEVERORDENING PRIVATE INNEMING VAN DE OPENBARE WEG (11-04-1996)

DE RAAD :

- Overwogen dat de privatieve ingebruikneming van de openbare weg afwijkt van de normale bestemming ervan;

- Overwogen dat het daarom passend is die privatieve ingebruikneming te reglementeren;

- Overwogen dat het aangewezen is een algemeen en beknopt reglement uit te vaardigen waarvan de principes toepasselijk zijn op elke soort van privatieve ingebruikneming van de openbare weg;

- Gelet op artikel 117, 119 en 135§2 van de nieuwe gemeentewet.

BESLUIT :

In openbare zitting

Met algemene stemmen

Artikel 1

Niemand mag de openbare weg op private wijze in gebruik nemen of gebruiken zonder voorafgaande schriftelijke vergunning van de bevoegde overheid.

Artikel 2

2.1. Bij het verlenen van de vergunning kunnen voorwaarden worden opgelegd. De titularis van de vergunning draagt de verantwoordelijkheid voor de stipte naleving van de in de vergunning opgelegde voorwaarden.

2.2. Privatief gebruik van de openbare weg, strijdig met de opgelegde voorwaarden, wordt geacht een niet vergunde, en dus wederrechtelijke inneming van de openbare weg te zijn.

Artikel 3

3.1. Voorwerpen en toestellen die wederrechtelijk op of over de openbare weg geplaatst zijn moeten op politiebevel onmiddellijk verwijderd worden. Indien aan het bevel geen gevolg wordt gegeven, zullen zij op kosten en risico van hun eigenaars en/of gebruikers worden weggenomen.

3.2. Elke wederrechtelijke inneming die de veiligheid en het gemak van doorgang van de weggebruikers in het gedrang brengt, wordt ambtshalve en zonder aanmaning, op kosten en risico van de eigenaars en/of de gebruikers verwijderd.

Artikel 4

4.1. De vergunning kan steeds éénzijdig worden gewijzigd of herroepen door de bevoegde overheid.

De wijziging of intrekking wordt aan de titularis van de vergunning ter kennis gebracht per aangetekende brief, waarin een termijn wordt gesteld voor de wijziging of verwijdering van de inrichting.

4.2. De vergunninghouder dient binnen de gestelde termijn de inrichting te wijzigen en ingeval van intrekking van de vergunning de plaats in de oorspronkelijke staat te herstellen.

Hij doet zulks op eigen kosten en kan uit dien hoofde geen aanspraak maken op enige vergoeding.

Artikel 5

De titularis van de vergunning die nalaat of weigert gevolg te geven aan het bevel tot wijziging of verwijdering van de inrichting wordt geacht wederrechtelijk gebruik te maken van de openbare weg.
Tegen hem zal toepassing gemaakt worden van het bepaalde in artikel 3.

Artikel 6

Overtreding van dit reglement wordt bestraft met politiestraffen, voor zover de wet geen zwaardere straffen voorziet.
De rechter kan tevens alle voorwerpen en toestellen die gediend hebben tot de overtreding verbeurd verklaren.

Artikel 7

Alle bepalingen in bestaande reglementen met inbegrip van deze nog van kracht voor een gedeelte van het grondgebied (zie o.a. het politiereglement op het plaatsen van terrassen, verkoopkramen of verkoopstalletjes op de Grote Markt - die in strijd zijn met onderhavige verordening worden opgeheven.

2.05. POLITIEVERORDENING OP DE PRIVATE INGEBRUIKNAME VAN DE OPENBARE WEG - UITVOERINGSBESLUIT INZAKE TERRASSEN (17-06-1997)

DE RAAD :

In openbare zitting

De politieverordening op de private ingebruikneming van de openbare weg goedgekeurd bij gemeenteraadsbesluit van 11 april 1996 bepaalt in art. 2, 1° dat bij het verlenen van een vergunning voorwaarden kunnen worden opgelegd.

Bij toepassing hiervan worden ten behoeve van de ter zake bevoegde gemeentediensten richtlijnen vastgelegd houdende de voorwaarden waaraan de diverse soorten van terrassen moeten voldoen teneinde vergund te kunnen worden.

1. Voor de toepassing van deze richtlijnen wordt verstaan onder :

a) open terras

Een open terras omvat in principe enkel losse tafels en stoelen. Alle andere gewenste uitrustingen (vloeren, windschermen, zonneschermen, parasols, plantenbakken en eventuele uitstalinrichtingen met koopwaar uit de eigen horecazaak) moeten expliciet in de aanvraag worden vermeld en als dusdanig worden vergund.

b) overbouwd terras

Ieder terras, waarvan de overdekking om redenen van stabiliteit, ondersteund is door één of méér rechtstreeks of onrechtstreeks op de grond steunende bouwelementen.

c) gesloten terras

Ieder terras, dat door bouwmaterialen tot één constructief geheel is samengevoegd, bedoeld is om te blijven staan en dat, zo geconstrueerd is dat het cliënteel afgesloten en beschermd is in alle weersomstandigheden.

2. De ingebruikneming van de openbare weg door middel van een open terras is slechts toegelaten mits een voorafgaande vergunning afgeleverd door het College van Burgemeester en Schepenen zoals bepaald in de politieverordening met betrekking tot de privatieve ingebruikneming van de openbare weg en kan slechts worden toegelaten en in stand gehouden mits naleving van de hierna vermelde voorwaarden.

3. Voor overbouwde terrassen dient zowel een wegvergunning als een bouwvergunning te worden aangevraagd.

De constructie zelf is overeenkomstig artikel 44 § 1 van de Stedebouwwet onderworpen aan een bouwvergunning.
De wegvergunning is vereist voor de privatieve ingebruikneming van de openbare weg.
Beide voorwaarden moeten vervuld zijn opdat de inname van de openbare weg door een overbouwd terras zou kunnen gebeuren.

4. Gesloten terrassen zijn verboden en zullen nooit, ook niet in uitzonderlijke gevallen, worden toegestaan.

5. Open of overbouwde terrassen kunnen enkel worden toegelaten vóór horeca- of andere handelszaken die gewoonlijk bereide voedingswaren en/of dranken bestemd om ter plaatse te worden gebruik, te koop aan te bieden. Dit betekent niet enkel dat slechts horecabedrijven een vergunning voor het plaatsen van een terras kunnen verkrijgen maar sluit meteen ook in, dat de vergunning beperkt blijft tot de ruimte, die zich uitstrekt vóór het onroerend goed waar de horecazaak gevestigd is. Dit onder meer om de rechten van de bewoners der aanpalende eigendommen te vrijwaren.

6. De vergunde terrasruimte zal door de technische dienst van de gemeente Zelzate afgebakend worden met klinknagels en dit op kosten van de vergunningsaanvrager.

7. Open terrassen

7.1 De open terrassen worden in ieder geval afzonderlijk toegestaan of geweigerd in functie van de beschikbare veilige oppervlakte, de trottoirbreedte, de toegankelijkheid voor gehandicapten, het behoud van het karakter van de omgeving, de mogelijke hinder tegenover buureigendommen en installaties of voorwerpen van openbaar nut.

7.2 De open terrassen mogen geen enkele wijziging aanbrengen aan de gevelconstructie.

7.3 Een open terras met zijn toebehoren moet zodanig zijn opgevat en geïnstalleerd, dat het onmiddellijk en op het eerste verzoek van het College van Burgemeester en Schepenen kan worden verwijderd.

7.4 De uitsprong van een open terras, gebeurlijk toegestaan windscherm inbegrepen, mag nergens meer bedragen dan 5 m en nergens minder dan 1,20 m. Bovendien moet na het plaatsen van het terras minstens 1,2 m van het trottoir als vrije doorgang volledig beschikbaar blijven tot op de rand van de rijbaan. De voorgeschreven vrije ruimte moet voor de doorgang van voetgangers effectief beschikbaar zijn. In andere woorden betekent dit, dat ingeval zich tussen het uiteinde van het terras en de rand van het trottoir een vaste hindernis bevindt (bv. een paal) de doorgang van 1,20 m berekend wordt vanaf die hindernis tot aan het terras.

Specifiek voor de Grote Markt geldt dat de uitsprong van een open terras op maximum 1,2 m van de fysieke scheidingslijn tussen de voetgangerszone en de zone voor laden en lossen mag worden geplaatst. Een uitbreiding op de zone voor laden en lossen, ook buiten de voor de laden en lossen voorziene periode is niet langer toegelaten.

Afhankelijk van de plaats en densiteit van het voetgangersverkeer kan het College van Burgemeester en Schepenen mede op advies van politie of stedenbouw het behoud van een grotere vrije doorgang opleggen.

7.5 Ingeval windschermen worden toegestaan moeten zij voldoen aan de volgende voorwaarden :

a) het ondoorzichtig gedeelte van het windscherm mag tot maximum 0,80 m boven het wegdek reiken;

b) hierboven en tot maximum 2 m boven het wegdek dient het windscherm te bestaan uit een doorzichtig en splintervrij paneel;

c) aan de voorzijde zal tenminste 1/3 van de breedte van het terras volledig opengelaten worden;

d) geen enkel voorwerp mag op de buitenrand van de windschermen uitspringen;

e) de vergunning voor het plaatsen van een windscherm houdt geen goedkeuring in voor het voeren van publiciteit op de panelen. Hiervoor dient een afzonderlijke toelating te worden gevraagd;

f) de windschermen moeten volledig stabiel zijn. Indien hiervoor verankering in de trottoirverhouding noodzakelijk is, dient deze vakkundig en met een minimum beschadiging van de trottoirverharding te gebeuren

g) beschadigingen van de trottoirverharding zullen hersteld worden op kosten van de vergunninghouder

7.6 Installaties of voorwerpen van openbaar nut dienen te allen tijde goed bereikbaar te zijn

7.7 Naar aanleiding van feestelijkheden kunnen afwijkingen worden toegestaan van het bepaalde onder 5 voor het plaatsen van terrassen voor een korte duur. Deze terrassen zijn echter eveneens onderworpen aan en voorafgaande vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen die voor ieder geval afzonderlijk de modaliteiten van aanvang, einde, van de vergunning en aard en wijze van opstelling zal bepalen.

Dit geldt slechts wanneer naar aanleiding van de feestelijkheden de privatieve ingebruikneming van de openbare weg niet in een afzonderlijk reglement is geregeld.

8. Overbouwde terrassen

In uitzonderlijke gevallen kan het College van Burgemeester en Schepenen op bepaalde plaatsen het oprichten van overbouwde terrassen toelaten.

8.1 De uitsprong wordt voor ieder geval afzonderlijk bepaald in functie van de beschikbare veilige oppervlakte, de toegankelijkheid voor gehandicapten, de trottoirbreedte, het behoud van het karakter van de omgeving, de mogelijke hinder tegenover buureigendommen en installaties of voorwerpen van openbaar nut.

8.2 De uitsprong mag nergens meer bedragen dan 5 m en nergens minder dan 1,20 m. Bovendien moet na het plaatsen van het terras minstens 1,2 m van de vrije doorgang volledig beschikbaar blijven.

Afhankelijk van de plaats en de densiteit van het voetgangersverkeer kan het behoud van een grotere vrije doorgang opgelegd worden.

8.3 Installaties van openbaar nut moeten steeds bereikbaar blijven.

8.4 Een overbouwd terras moet daarenboven aan volgende voorwaarden voldoen :

- het ondoorzichtig deel van de buitenwanden mag tot maximum 0,80 m boven het wegdek reiken;

- hierboven dienen de buitenwanden te bestaan uit een doorzichtig en splintervrij paneel;

- geen enkel voorwerp mag op de buitenwand uitspringen op een hoogte van minder dan 3 m vanaf het wegdek;

- de afgifte van een vergunning voor een terras houdt geen goedkeuring in voor het voeren van publiciteit. Hiervoor dient een afzonderlijke toelating te worden gevraagd;

- het regenwater moet naar de huisriool worden afgeleid;

- indien het dak van het gesloten terras méér dan 1 m uitsprong heeft op de rooilijn, moet het dak voldoende stevigheid bezitten om begaanbaar te zijn;

- verankering van de constructie dient vakkundig en met minimum beschadiging van de trottoirverharding te gebeuren. Beschadigingen van de trottoirverharding zullen hersteld worden op kosten van de vergunninghouder.

9. Vloerbedekking

Het plaatsen van vloerbedekkingen, van welke aard ook (plankenvloer, grastapijt in kunststof, e.d.), in een open of overbouwd terras, moet altijd het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke vergunning.

10. Maatregelen

10.1 Terrassen geplaatst zonder vergunning of in strijd met de bepalingen van de vergunning (voor wat de ingenomen oppervlakte betreft) worden beschouwd als wederrechtelijke inname van de openbare weg en dienen te worden verwijderd of tot de vergunde oppervlakte teruggebracht.

10.2 De vergunning voor terrassen waarin de opgelegde voorwaarden niet overeenstemmen met deze richtlijnen wordt ingetrokken tegen 31 december 1996.
De kennisgeving van de intrekking zal melding maken van de voorwaarden waaraan zal moeten worden voldaan om met ingang van 1 januari 1997 een vergunning te bekomen.

2.06. Gemeentelijk politiereglement betreffende de ophaling van huishoudelijk afval strekkende tot de beheersing van de huishoudelijke- en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen (21-09-1999)

HOOFDSTUK I: DEFINITIES

ART. 1. - Huishoudelijk afval

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder huishoudelijke afvalstoffen verstaan: afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden zoals gedefinieerd in artikel 2.1.1 van het Besluit van 17 december 1997 tot vaststelling van het VLAREA.

ART. 2. - Huisvuil

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder huisvuil alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 tot vaststelling van het VLAREA en die in het door de Intercommunale vastgestelde recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden; met uitzondering van papier, karton, glas, K.G.A., G.F.T., PMD, textiel, tuinafval, boomtronken, snoeihout, metalen, bruin- en witgoed, hout en isomo.

ART. 3. - Grofvuil [1]

[1] wit- en bruingoed wordt tot 1 januari 2000 nog tot het grofvuil gerekend

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder grofvuil alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij Besluit van de Vlaamse Regering en die omwille van aard, omvang of gewicht niet in het gebruikelijke recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen aangeboden worden. Meer in het bijzonder worden volgende afvalstoffen als grofvuil beschouwd:, kachels, versleten matrassen, zittingen van oude fauteuils, niet-houten meubelen, tapijten, fietsen, oude metalen (dit alles UITSLUITEND in huishoudelijke hoeveelheden).

ART. 4. - Gelijkgestelde afvalstoffen

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder gelijkgestelde afvalstoffen:

straat- en veegvuil dat voorkomt uit het onderhoud door gemeentelijke diensten, marktafvalstoffen, strandafvalstoffen, en papierafval zoals gedefinieerd in art. 3.2.2.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 tot vaststelling van het VLAREA.

ART. 5. - Glas

Voor de toepassing van dit reglement wordt onder glas verstaan alle voorwerpen van hol glas (flessen en bokalen) ontdaan van deksels, stoppen en omwikkelingen.

Vuurvaste voorwerpen, gewapend glas, vlak glas (o.a. serreglas), stolpen, schotels, rookglas, beeldbuizen van TV’s, kristal, opaal glas, spiegelglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, TL-lampen (incl. spaarlampen), stenen, tegels, porselein en aardewerk worden niet als glas beschouwd.

ART. 6. - Papier en karton

Voor de toepassing van dit reglement wordt onder papier en karton verstaan: alle kranten en periodieken, reclamedrukwerk, tijdschriften, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en karton (incl. papieren en kartonnen verpakkingen) voortkomend uit de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare handelsafvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of geolied karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier en karton, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier en cementzakken, meststof- en sproeistofzakken.

ART. 7. - Klein Gevaarlijk Afval

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder Klein Gevaarlijk Afval, hierna K.G.A. genoemd, begrepen: de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.5.2.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1997 tot vaststelling van het VLAREA.

ART. 8. - Groente-, Fruit- en Tuinafval

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder Groente-, Fruit- en Tuinafval, hierna G.F.T. genoemd: organisch composteerbaar afval zoals aardappelschillen, schillen van citrus- of andere vruchten, groente- en fruitresten, eierschalen, doppen van noten, theebladeren en theezakjes, koffiedik en koffiefilters papier van keukenrol, kleine hoeveelheden etensresten, mest van kleine huisdieren, verwelkte snijbloemen en kamerplanten, versnipperd snoeihout, haagscheersel, zaagmeel en schaafkrullen, gazonmaaisel, bladeren, onkruid en resten uit groente- en siertuin en die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare handelsafvalstoffen.

Timmerhout, grof ongesnipperd snoeihout, beenderen, mosselschelpen, sausen, kadavers, wegwerpluiers, aarde en zand, vetten en oliën, stofzuigerzakken, asse, houtskool, kunststoffen, metalen en kattenbakvulling worden niet als G.F.T. beschouwd.

ART. 9. - Plastic flessen en flacons, Metalen verpakkingen en Drankkartons

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder Plastic flessen en flacons, Metalen verpakkingen en Drankkartons hierna PMD genoemd, plastic flessen en flacons (incl. plastic doppen) van frisdrank, water, melk, detergenten en verzorgingsproducten, metalen blikjes van bier, frisdrank en water, conservenblikken, aluminium schoteltjes en bakjes, kroonkurken, metalen deksels en metalen schroefdoppen van flessen en bokalen, kartonnen drankverpakkingen, flesverpakkingen van keukenolie en -azijn..

ART. 10. - Houtafval

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder houtafval: alle houten meubels (kasten, houten geraamte van fauteuils, tafels, stoelen), alle houtafval voortkomend van een normaal huishouden. Ramen en deuren waarbij het glas verwijderd is mogen aangeboden worden bij deze houtafvalomhaling.

ART. 11. - Bruin- en witgoed

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder bruin- en witgoed alle in art. 3.5.1 sub 1 van het VLAREA genoemde elektrische toestellen (koel- en vriestoestellen, groot witgoed, klein witgoed, beeldbuishoudend bruingoed, niet beeldbuishoudend bruingoed en klein huishoudelijke apparatuur) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen.

ART. 12. - Snoeihout

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder snoeihout: resten van gesnoeide takken van bomen en struiken met een maximale doorsnede van 10 cm.

HOOFDSTUK II: ALGEMENE BEPALINGEN

ART. 13.

Onverminderd de bepalingen van dit reglement is het verboden om volgende voorwerpen mee te geven met om het even welke ophaling van huishoudelijke afvalstoffen:

  • afbraakmateriaal
  • afvalwaters en vloeibare afvalstoffen
  • autobanden
  • autowrakken
  • brandende en bijtende stoffen
  • gasflessen of andere ontplofbare voorwerpen
  • geneesmiddelen
  • grond
  • kabels en kettingen
  • krengen van dieren en slachtafval
  • puin
  • toxisch en gevaarlijk afval

ART. 14.

§ 1. Het is verboden vuilnis afkomstig uit andere gemeenten met om het even welke ophaling van huishoudelijke afvalstoffen of recycleerbare producten mee te geven.

§ 2. Het is voor iedereen verboden, behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de Burgemeester, om het even welke aangeboden afvalstof mee te nemen.

Alleen de ophaaldienst, daartoe aangewezen door de gemeente, is bevoegd om afvalstoffen in te zamelen.

§ 3. Het is verboden de langs de openbare weg staande recipiënten te openen, de inhoud ervan te ledigen, een gedeelte van de inhoud eruit te halen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel in de uitoefening van hun functie. Het is aan de bevoegde personen ten allen tijde toegestaan om analyse te doen van de inhoud der recipiënten.

§ 4. Het is verboden op andere dan op de vastgestelde dagen recipiënten langs de openbare weg te plaatsen en te laten staan.

§ 5. Het is verboden, behoudens voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de Burgemeester, om het even welke afvalstof op te slaan om te recycleren, onverminderd andere vereiste goedkeuringen en/of vergunningen.

ART. 15. - Verbranding van afvalstoffen

§ 1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen te verbranden, zowel in open lucht als in gebouwen, werkplaatsen en lokalen, al dan niet door middel van toestellen en procédés zoals kachels, open haarden, allesbranders, of andere soortgelijke toestellen en procédés, teneinde de omgeving te beschermen tegen schadelijke uitwasemingen van dergelijke ongecontroleerde verbranding. Het verbranden van plantaardige afvalstoffen is toegestaan wanneer deze afkomstig zijn van het onderhoud van tuinen, echter onder voorbehoud van de bepalingen uit het Veldwetboek, artikel 89.8°, waarin bepaald wordt dat geen vuur mag aangestoken worden op minder dan 100 meter afstand van huizen, bossen, heiden, boomgaarden, hagen, graan, stro, mijten of van plaatsen waar vlas te drogen is gelegd.

§ 2. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de toepassing van de andere van kracht zijnde bijzondere verordeningen en besluiten, inzonderheid de bepalingen van VLAREM I en II, die in haar indelingslijst, de verbranding van huishoudelijk afval als hinderlijke inrichting bestempelt, alsmede het hiervoor aangehaalde art. 89,8° van het Veldwetboek.

ART. 16. - Depot op openbare plaatsen en wegen

Het is verboden huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen, afbraakmateriaal, wrakken, allerhande goederen en voorwerpen die de reinheid en esthetiek van de omgeving benadelen en /of een gevaar zijn voor de openbare gezondheid te (sluik)storten, te doen (sluik)storten, achter te laten, te doen achterlaten op alle openbare wegen en andere openbare plaatsen, behalve deze die hiertoe bij wijze van speciale vergunning gereserveerd zijn, zoals bijvoorbeeld de vergunningen voor containerstandplaatsen.

ART. 17. - Depot op private terreinen en plaatsen

§ 1. Het is verboden huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen, afbraakmateriaal, wrakken, allerhande goederen en voorwerpen die de reinheid en esthetiek van de omgeving benadelen en/of een gevaar zijn voor de openbare gezondheid te storten, te doen storten, achter te laten, te doen achterlaten of te laten achterlaten, of zulks toe te laten op private terreinen, ongeacht het feit van eigendom, indien hiertoe geen geschreven vergunning werd verleend door de bevoegde overheid.

§ 2. Het is tevens verboden huishoudelijke en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen, afbraakmateriaal, wrakken, allerhande goederen en voorwerpen die de reinheid en esthetiek van de omgeving benadelen en/of een gevaar zijn voor de openbare gezondheid te behouden, te verzamelen en op te stapelen op binnen- en achterplaatsen, in kelders, in bijgebouwen, in stallen enz. Deze bepaling geldt niet voor de industriële inrichtingen wat het industrieel afval betreft, en voor de landbouwuitbatingen wat het mest betreft, voor zover voldaan is aan eventuele meldings- en/of vergunningsplicht opgelegd door de hogere overheid.

ART. 18. - Storten in greppels en rioolputten

Het is verboden slijk, zand of vuilnis dat zich voor of nabij de woning bevindt op de straten, in de greppels of in de rioolputten te vegen. Het is tevens verboden via de rioolputten of -kolken, of op enige andere wijze, producten of voorwerpen in de riolering te brengen die een verstopping kunnen veroorzaken of die schadelijk kunnen zijn voor de openbare gezondheid en het leefmilieu zoals bijvoorbeeld vetten en derivaten van petroleum.

ART. 19. - Achtergelaten afval.

§ 1. Wanneer afval wordt achtergelaten op een wijze of een plaats in strijd met dit reglement, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de daders, de betrokken producten of voorwerpen op te ruimen of te laten opruimen.

§ 2. De eigenaars van private gronden op wiens eigendommen vuil wordt gestort, zelfs door derden, kunnen verplicht worden dit vuil op te ruimen binnen de 48 uren. Bij weigering dit te doen, kan het vuil op hun kosten worden opgeruimd.

ART. 20. - Uitbating voedingszaken

De uitbaters van drankautomaten, snackbars, frituren, ijssalons en meer algemeen alle uitbaters van inrichtingen die voedingswaren of dranken verkopen bestemd om buiten hun inrichting te gebruiken, dienen ervoor te zorgen dat behoorlijke en goed bereikbare afvalrecipiënten duidelijk zichtbaar bij hun inrichting zijn geplaatst. Zij dienen de recipiënten zelf tijdig te ledigen en het recipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving rein te houden.

ART. 21. - Evenementen

Indien op het grondgebied van de gemeente een evenement plaatsvindt, dienen de organisatoren ervan in samenspraak met de gemeente en/of de intercommunale de nodige acties te ondernemen om het afval te voorkomen en het afval selectief in te zamelen.

ART. 22. - Reclamedrukwerk

§ 1. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden of ze achter te laten op andere plaatsen dan in de brievenbus.

§ 2. Door de gemeente wordt een zelfklever ter beschikking gesteld van de bevolking, met de tekst “Geen reclamedrukwerk”, die op de brievenbus kan gekleefd worden. Het is verboden om reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in de brievenbussen die voorzien zijn van deze zelfklever.

HOOFDSTUK III: SELECTIEVE OPHALING

AFDELING 1: GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR HUISHOUDELIJK AFVAL

ART. 23. - Aanbieding van huishoudelijk afval

De aanbieding van de huishoudelijke afvalstoffen geschiedt vóór 08.00 u. ‘s morgens op de door de Intercommunale vastgestelde dagen. Het mag eveneens van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling zal plaatsvinden, op de openbare weg geplaatst worden.

Het huishoudelijk afval moet door de inwoners voor het betrokken perceel langs de rand van de openbare weg worden geplaatst op een wijze die geen hinder vormt voor voertuigen, rijwielen en voetgangers.

ART. 24. - Geen normaal dienstverkeer of ver afgelegen woningen

De inwoners van percelen gelegen aan een openbare weg die omwille van zijn toestand geen normaal dienstverkeer van de ophaaldienst mogelijk maakt, of van percelen die afgelegen zijn van de openbare weg, kunnen door het College van Burgemeester en Schepenen verplicht worden om hun huishoudelijk afval langs een andere straat of op de dichtstbij hun perceel gelegen straathoek die wel bereikbaar is, aan te bieden. In dit geval wordt deze (tijdelijke of permanente) maatregel hen schriftelijk meegedeeld door het gemeentebestuur. Een bericht van kennisgeving wordt verstuurd aan de Intercommunale.

ART. 25. - Niet conform aangeboden afval

Huishoudelijk afval dat wordt aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van dit reglement wordt niet meegenomen.

De aanbieder dient dit geweigerde afval nog dezelfde dag van de openbare weg te verwijderen.

ART. 26. - Verantwoordelijkheid.

De inwoners die het huishoudelijk afval buiten zetten zijn hoofdelijk verantwoordelijk voor het eventueel verspreiden van deze inhoud ervan en staan zelf in voor het opruimen.

ART. 27. - Inhaaldagen.

Wanneer een ophaalronde op een feestdag of brugdag valt, wordt deze ronde verschoven naar een vroegere of latere datum.

AFDELING 2: GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR HUISVUIL EN GROFVUIL

ART. 28. - Ophaalfrequentie

De frequenties en dagen der ophalingen van gewoon huisvuil en grofvuil worden vastgesteld door de Intercommunale die de gemeente vooraf inlicht.

De ophaalfrequentie kan door de Intercommunale worden gewijzigd, in overleg met de gemeente, ondermeer in functie van de organisatie van selectieve inzamelingen.

ART. 29. - Ophaalronde

Het College van Burgemeester en Schepenen bepaalt (in voorkomend geval), bij afzonderlijk besluit, langs welke straten en woningen eventueel geen ophalingen van huisvuil en grofvuil worden ingericht. Het huishoudelijk afval dient aangeboden op die plaats door het Gemeentebestuur bepaald. Een afschrift van dat besluit stuurt hij ter kennisgeving aan de Intercommunale.

ART. 30. - Gelijkgestelde afvalstoffen

De ophaling van gelijkgestelde afvalstoffen kan gebeuren samen met het huisvuil of het grofvuil onder de voorwaarden bepaald door de Intercommunale, en conform de bepalingen van het VLAREA.

AFDELING 3: HUISVUIL

De ophaling van huisvuil gebeurt bij middel van speciale ophaalwagens die herkenbaar zijn aan een opdruk voorgeschreven door de Intercommunale. Het college van Burgemeester en Schepenen kan op vraag van de Intercommunale een ander recipiënt verplichten.

ART. 31. - Recipiënt

§ 1. Het gewoon huisvuil moet verpakt worden in het recipiënt dat door de Intercommunale via de gemeentelijke diensten wordt verspreid. De recipiënten worden door de gemeente aangeboden tegen een door de gemeenteraad te bepalen bedrag.

§ 2. Het gewicht van het huisvuil aangeboden in het recipiënt mag niet hoger zijn dan 20 kg. Het recipiënt moet volledig gesloten worden aangeboden.

ART. 32. - Wijze van aanbieding

§ 1. Er mogen geen afvalstoffen inzitten die het behandelend personeel kunnen kwetsen. Scherpe voorwerpen moeten extra verpakt worden alvorens te kunnen worden meegegeven met het gewoon huisvuil.

§ 2. De recipiënten moeten zorgvuldig gesloten worden, (derwijze dat een handgreep van 8 cm overblijft). De recipiënten mogen niet stuk zijn. Er mogen geen afvalstoffen opgehaald worden die langs, op of onder de recipiënten zijn geplaatst.

§ 3. Het opschrift van de recipiënt moet naar de openbare weg gericht worden.

ART. 33. - Frequentie

De dagen van ophaling zijn in principe veertiendaags, en worden per afzonderlijk bericht aan de inwoners meegedeeld.

ART. 34. - Verboden afvalstoffen voor het recipiënt

Het is ten strengste verboden om in de recipiënten, bestemd voor het ophalen van huisvuil nog volgende afvalstoffen te deponeren:

1. papier en karton dat voldoet aan de bepalingen van de selectieve ophaling van papier en karton zoals verder is gespecificeerd;
2. Glas, onder welke vorm dan ook, met inbegrip van scherven en spiegelglas;
3. K.G.A.;
4. Afbraakmateriaal van woningen en gebouwen, van iedere aard;
5. Snoeihout, boomtronken en tuinafval;
6. G.F.T.-afval;
7. Metaalafval, bruin- en witgoed;
8. Recycleerbare kleding en ander textiel;
9. PMD. dat voldoet aan de bepalingen van de selectieve ophaling ervan zoals verder is gespecifieerd;
10. EPS (isomo);
11. Houtafval.

Overtredingen worden aanzien als sluikstorten en zullen als dusdanig beboet worden.

AFDELING 4: GROFVUIL

ART. 35.

Grofvuil wordt 2 maal per jaar, huis-aan-huis ingezameld.

ART. 36. - Aanbieding

§ 1. Grofvuil wordt per voorwerp of per pak aangeboden. De aangeboden stukken moeten hanteerbaar zijn door twee personenladers.

Indien grofvuil wordt samengebundeld of verpakt mag het colli niet zwaarder wegen dan 25 kg/stuk en niet groter zijn dan 1 kubieke meter, met een maximum lengte van 2 meter.

Het colli moet stevig ingepakt en/of degelijk gebonden zijn zodat het bij behandeling niet uit elkaar valt, noch een gevaar kan vormen voor de ophalers van de afvalstoffen.

Het colli moet aan de bovenzijde open zijn zodat de inhoud ervan zichtbaar is. In het colli mag geen huisvuil zitten.

Het grofvuil mag van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling zal plaatsvinden, aan de rand van de openbare weg geplaatst worden. Het grofvuil moet ten laatste aangeboden zijn vanaf 08.00 uur de dag van de ophaling.

§ 2. Het is verboden volgende afvalstoffen aan te bieden voor de ophaling van grofvuil:

  • Alle afval dat meegegeven kan worden in de officiële grijze restfractiezakken.
  • Bouw- en sloopafval; zijnde stenen en steengruis, puin, beton, gyprocplaten, isomo, vlak- en gewapend glas, roofing en afdekstenen, dakpannen, golfplaten, afgedankte WC’s, wastafels, douche- en badkuipen, afgedankte gootstenen.
  • Recupereerbaar afval; zijnde alle afvalsoorten die via de andere selectieve inzamelingen kunnen worden opgehaald.
  • Industrieel afval, waar ook de autobanden worden bijgerekend.
  • Alle houtafval dat wordt ingezameld via de aparte inzamelingsronde “Houtafval”.
  • Gevaarlijke voorwerpen die voor de ophalers gevaarlijk kunnen zijn, zoals prikkeldraad, vlak glas, gebroken spiegels en injectienaalden.

ART. 37. - Kringloopcentrum

Het herbruikbaar grofvuil kan worden aangeboden in het kringloopcentrum waarmee de gemeente en/of intercommunale een overeenkomst heeft afgesloten.

Van de inwoners wordt verwacht dat zij de herbruikbare goederen eerst aanbieden aan het Kringloopcentrum, zodat alleen het resterende, onbruikbare deel moet worden afgevoerd naar een sorteercentrum, voor verdere behandeling of via de huisinzameling.

AFDELING 5: HOUTAFVAL

ART. 38.

Houtafval wordt 1 maal per jaar, huis-aan-huis ingezameld.

Het kan ook aangeboden worden op het gemeentelijk containerpark.

ART. 39 - Aanbieding voor de huis-aan-huis-inzameling

§ 1. Houtafval wordt per voorwerp of per pak aangeboden. De aangeboden stukken moeten hanteerbaar zijn door twee personen-laders.

Indien houtafval wordt samengebundeld of verpakt mag het colli niet zwaarder wegen dan

25 kg/stuk en niet groter zijn dan 1 kubieke meter, met een maximum lengte van 2 meter. Het colli moet stevig ingepakt en/of degelijk gebonden zijn zodat het bij behandeling niet uit elkaar valt, noch een gevaar kan vormen voor de ophalers van de afvalstoffen.

Het colli moet aan de bovenzijde open zijn zodat de inhoud ervan zichtbaar is. In het colli mag geen huisvuil zitten.

Het houtafval mag van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling zal plaatsvinden, aan de rand van de openbare weg geplaatst worden. Het houtafval moet ten laatste aangeboden zijn vanaf 08.00 uur de dag van de ophaling.

§ 2. Het is verboden volgende afvalstoffen aan te bieden voor de ophaling van houtafval:

  • Alle afval dat meegegeven kan worden in de officiële grijze restfractiezakken.
  • Bouw- en sloopafval; zijnde stenen en steengruis, puin, beton, gyprocplaten, isomo, vlak- en gewapend glas, roofing en afdekstenen, dakpannen, golfplaten, afgedankte WC’s, wastafels, douche- en badkuipen, afgedankte gootstenen.
  • Recupereerbaar afval; zijnde alle afvalsoorten die via de andere selectieve inzamelingen kunnen worden opgehaald.
  • Industrieel afval, waar ook de autobanden worden bijgerekend.
  • Gevaarlijke voorwerpen die voor de ophalers gevaarlijk kunnen zijn, zoals prikkeldraad, vlak glas, gebroken spiegels en injectienaalden.

ART. 40: - Kringloopcentrum

Het herbruikbaar houtafval kan worden aangeboden in het kringloopcentrum waarmee de gemeente en/of intercommunale een overeenkomst heeft afgesloten.

Van de inwoners wordt verwacht dat zij de herbruikbare goederen eerst aanbieden aan het Kringloopcentrum, zodat alleen het resterende, onbruikbare deel moet worden afgevoerd naar een sorteercentrum, voor verdere behandeling, of via de huisinzameling.

AFDELING 6: SELECTIEVE INZAMELING VAN GLAS

ART. 41. - Inzameling van glas

§ 1. Voor het verwijderen van glas kunnen de inwoners van de gemeente uitsluitend gebruik maken van het gemeentelijk containerpark en van de glasbollen, die verspreid in de gemeente staan opgesteld.

§ 2. Glas mag niet worden meegegeven met het gewoon huisvuil, grof huisvuil of een andere selectieve ophaalmethode, dan omschreven in deze afdeling.

ART. 42.

Het glas moet afhankelijk van de kleur in de daartoe voorziene glascontainers worden gedeponeerd. Vlak glas kan verwijderd worden via het containerpark.

ART. 43.

Alle glazen voorwerpen dienen ontdaan te worden van deksels en stoppen en dienen leeg en voldoende gereinigd te zijn.

ART. 44.

§ 1. Het storten van ander huishoudelijk afval dan glas in de glascontainers is verboden. Het is verboden om naast de glascontainers lege of volle dozen, kratten, zakken, glas of andere voorwerpen achter te laten. Dit wordt beschouwd als sluikstorten en als dusdanig beboet.

§ 2. Het is verboden glas te storten in de glascontainers tussen 22.00 u en 07.00 u.

AFDELING 7: SELECTIEVE INZAMELING VAN PAPIER EN KARTON

ART. 45.

§ 1. Voor het verwijderen van papier en karton kunnen de inwoners van de gemeente terecht op het gemeentelijk containerpark. Voor het verwijderen van papier en karton kunnen de inwoners van de gemeente ook terecht bij de maandelijkse huis-aan-huis ophalingen.

§ 2. Papier en karton mag niet worden meegegeven met het huisvuil, grofvuil of een andere selectieve ophaalmethode, dan omschreven in deze afdeling. Het mag ook niet worden aangewend als recipiënt voor andere afvalstoffen.

ART. 46. Ophaalfrequentie

De ophaalfrequentie wordt bepaald door de Intercommunale en is in principe maandelijks.

De dagen van de ophaling worden aan de inwoners meegedeeld.

ART. 47. - Aanbieding

§ 1. Het papier en karton moet met het oog op de selectieve inzameling aangeboden worden ingebonden door een natuurtouw hetzij verpakt in kartonnen dozen of papieren zakken.

§ 2. Het gewicht van één baal of pak mag niet hoger zijn dan 20 kg. Per gezin mag er maximaal 1 m³ papier en karton worden aangeboden op de dag van de huis-aan-huis inzameling. Indien men over grotere hoeveelheden beschikt, dient men deze aan te bieden in het containerpark.

AFDELING 8: SELECTIEVE INZAMELING VAN KLEIN GEVAARLIJK AFVAL

ART. 48.

§ 1. Het K.G.A. mag niet worden meegegeven met het gewoon huisvuil, grof huisvuil of een andere selectieve ophaalmethode, dan omschreven in deze afdeling.

§ 2. Voor het verwijderen van K.G.A. kunnen de inwoners van de gemeente terecht op het gemeentelijk containerpark, elke eerste zaterdagmorgen van de maand.

ART. 49. - aanbieding

§ 1. Het K.G.A. moet, afzonderlijk van andere afvalstoffen worden aangeboden in de milieubox, tenzij het fysisch onmogelijk of niet aangewezen is. Deze milieubox wordt ter beschikking gesteld van de gezinnen door het gemeentebestuur.

§ 2. De milieubox is eigendom van het Vlaams Gewest en wordt slechts voor gebruik ter beschikking gesteld. De gebruikers zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het gebruik en onderhoud van de milieubox. Het gebruik van de milieubox dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van dit reglement.

§ 3. Het aangeboden K.G.A. wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen en indien nodig brengt de voortbrenger zelf aanduiding over aard, de samenstelling en de eventuele gevaren van het K.G.A. op de verpakking aan.

§ 4. Producten van verschillende aard mogen niet worden samengevoegd en tevens moet de verpakking van elk afzonderlijk product worden aangepast om lekken of andere ongewenste effecten te voorkomen.

ART. 50. - milieubox

De aan de inwoners overhandigde milieubox is en blijft verbonden met het adres alwaar ze is afgeleverd.

Ingeval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de milieubox mee te nemen naar diens nieuw adres.

Bij verhuizing zijn de inwoners verplicht de milieubox in goede staat en geledigd achter te laten voor de nieuwe bewoners. Indien er geen nieuwe bewoners komen, dienen de inwoners de milieubox af te leveren op de gemeentelijke technische dienst.

ART. 51.

De aanbieder van het K.G.A. mag deze niet zelf in de gepaste sorteer- of opslagrecipiënten deponeren, met uitzondering van TL-lampen en (auto)batterijen.

De afgifte van K.G.A. gebeurt in aanwezigheid en onder toezicht van een aangestelde van de vergunninghouder. Deze aangestelde verantwoordelijke persoon heeft ten allen tijde het recht om de identiteit van de persoon die het K.G.A. aanbrengt te controleren.

AFDELING 9: SELECTIEVE INZAMELING VAN GROENTE-, FRUIT- EN TUINAFVAL

ART. 52.

§ 1. Het G.F.T.-afval wordt éénmaal om de twee weken huis-aan-huis opgehaald langs de openbare weg, op de door de Intercommunale bepaalde dagen.

§ 2. De dagen van de ophaling worden aan de inwoners meegedeeld.

ART. 53.

Het G.F.T.-afval mag niet worden meegegeven met het gewoon huisvuil, grof huisvuil of een andere selectieve inzamelmethode dan omschreven in deze afdeling.

ART. 54. - Aanbieding

§ 1. Het G.F.T. moet met het oog op de selectieve inzameling aangeboden worden in het hiervoor ontvangen recipiënt, de zogenaamde G.F.T.-container. Elk gezin heeft slechts recht op één gratis G.F.T.-container, ofwel één van 120 liter (rolcontainer), ofwel één van 40 liter.

Industriële, handels- en dienstverlenende inrichtingen hebben eveneens recht op één gratis G.F.T.-container, indien ze onderworpen zijn aan de gemeentelijke huisvuilbelasting.

§ 2. Het handvat van de G.F.T.-container moet naar de openbare weg gericht worden.

ART. 55. - Gebruik van de G.F.T.-container

De G.F.T.-container wordt huis aan huis afgeleverd door gemeentelijke diensten.

Deze G.F.T.-container blijft eigendom van de Intercommunale en wordt slechts voor gebruik aan de inwoners ter beschikking gesteld voor de duur van de G.F.T.-ophaling.

ART. 56.

§ 1. De gebruikers zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik van de G.F.T.-container. Onder deugdelijk gebruik wordt begrepen dat de G.F.T.-container uitsluitend mag gebruikt worden voor de opslag van G.F.T.-afval en uitsluitend mag worden aangeboden op de wijze zoals voorzien in dit hoofdstuk.

§ 2. In geval van schade, diefstal of verlies dient de gebruiker de gemeente hiervan onverwijld in kennis te stellen met het oog op de herstelling of de vervanging door een nieuwe G.F.T.-container. De kosten van herstelling of vervanging kunnen door de Intercommunale verhaald worden op de gebruiker, in geval van oneigenlijk gebruik.

ART. 57.

De aan de inwoners overhandigde G.F.T.-container is en blijft verbonden met het adres alwaar ze is afgeleverd.

Ingeval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de G.F.T.-container mee te nemen naar diens nieuw adres.

Bij verhuizing zijn de inwoners verplicht de G.F.T.-container in goede staat achter te laten voor de nieuwe bewoners. Indien er geen nieuwe bewoners komen, dienen de inwoners de G.F.T.-container af te leveren op de Technische Dienst.

ART. 58.

Gezinnen of inrichtingen die ten gevolge van een verhuizing binnen of naar de gemeente geen beschikking hebben over een G.F.T.-container kunnen bij de gemeente gratis één G.F.T.-container bekomen.

AFDELING 10: SELECTIEVE INZAMELING VAN PLASTIC FLESSEN EN FLACONS, METALEN VERPAKKINGEN EN DRANKKARTONS (PMD)

ART. 59.

§ 1. Voor het verwijderen van PMD kunnen de inwoners van de gemeente terecht op het gemeentelijk containerpark. Voor het verwijderen van PMD kunnen de inwoners van de gemeente ook terecht bij de veertiendaagse huis-aan-huis ophalingen.

§ 2. PMD mag niet worden meegegeven met het huisvuil, grofvuil of een andere selectieve ophaalmethode, dan omschreven in deze afdeling.

Het mag ook niet worden aangewend als recipiënt voor andere afvalstoffen.

ART. 60.- Aanbieding

§ 1. Het PMD moet met het oog op de selectieve inzameling aangeboden worden in speciaal daartoe bestemde recipiënten (kunststof zakken).

§ 2. De verschillende fracties van het PMD-afval mogen gemengd in de daartoe bestemde recipiënten worden aangeboden. De verschillende fracties mogen niet ín elkaar worden gestoken, en moeten leeg zijn én ontdaan van voedselresten.

§ 3. Het gewicht van één recipiënt PMD-afval mag niet hoger zijn dan 10 kg en het recipiënt moet volledig gesloten worden aangeboden.

ART. 61.

PMD-afval dat wordt aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van deze afdeling wordt niet meegenomen.

ART. 62.

De gelijkgestelde huishoudelijke afvalstoffen, kunnen slechts worden meegegeven met de ophalingen van PMD indien hun wijze van aanbieding beantwoordt aan de bepalingen van deze afdeling.

AFDELING 11: SELECTIEVE INZAMELING VAN SNOEIHOUT

ART. 63.

§ 1. Snoeihout wordt per pak aangeboden. De pakken moeten goed ingebonden zijn met een maximaal gewicht van 20 kg en met een maximum lengte van 1,5 meter.

Het snoeihout mag van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling zal plaatsvinden, aan de rand van de openbare weg geplaatst worden. Het snoeihout moet ten laatste aangeboden zijn vanaf 08.00 uur de dag van de ophaling.

§ 2. Het is verboden volgende afvalstoffen aan te bieden voor de ophaling van snoeihout:

  • aarde en/of stenen;
  • graszoden;
  • tronken;
  • resten van maaltijden;
  • plastic bloempotten;
  • ander selectief ingezameld afval.

AFDELING 12: SELECTIEVE INZAMELING VAN WIT- EN BRUINGOED

Art. 64.

Voor het verwijderen van bruin- en witgoed kunnen de inwoners van de gemeente terecht op het gemeentelijk containerpark. Overeenkomstig art. 3.1.1.1. van het VLAREA is de eindverkoper, vanaf 1 juli 1999 verplicht, wanneer een consument een product aanschaft, het overeenstemmende product waarvan de consument zich ontdoet, gratis in ontvangst te nemen.

HOOFDSTUK IV: STRAFFEN, TOEZICHT EN BEKENDMAKINGEN

ART. 65.

§ 1. Inbreuken op dit reglement worden bestraft met politiestraffen, voor zover door de wetten, besluiten of verordeningen van de nationale of provinciale overheden of decreten van de Vlaamse Regering op dit vlak geen andere straffen zijn voorzien, inzonderheid het decreet van de Vlaamse Regering van 02 juli 1981 betreffende het beheer van afvalstoffen.

§ 2. Zijn bevoegd om het toezicht uit te oefenen op de naleving van de bepalingen van onderhavig reglement: het personeel van de gemeentelijke politie en de Rijkswacht, en het bevoegde gemeentelijke personeel.

 

2.08. POLITIEREGLEMENT OP DE INRICHTINGEN BESTEMD VOOR DE VERHURING VAN KAMERS (11-05-2004)

DE RAAD:

- Gelet op het feit dat op het grondgebied van de gemeente talrijke huizen hun oorspronkelijk karakter van ééngezinswoning verliezen doordat de eigenaars ze ombouwen en indelen in kamers en deze afzonderlijk te huur stellen als woongelegenheden;
- Gelet op het feit dat bij die ombouw en verbouwingswerken niet steeds de geschikte materialen worden benut, soms basisvoorzieningen inzake hygiëne en sanitair ontbreken, anderzijds elementaire regels omtrent brandveiligheid uit het oog worden verloren;
- Overwegende dat derhalve de verhuring van kamers dringend moet worden gereglementeerd omwille van de brandveiligheid en in het belang van de openbare veiligheid en gezondheid en om een minimale verblijfskwaliteit te waarborgen;
- Gelet op het Decreet houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers, meer in het bijzonder artikel 9;
- Gelet op de nieuwe gemeentewet, artikel 119 en artikel 135;
- Op voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen

BESLUIT:

In openbare zitting
Met ……… stemmen:

Artikel 1: - Er wordt goedkeuring verleend aan hiernavermelde politieverordening op de inrichtingen bestemd voor de verhuring van kamers:

HOOFDSTUK I: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: definities

1. Kamerwoning: elk gebouw dat bestaat uit één of meer te huur gestelde of verhuurde kamers en gemeenschappelijke ruimtes.
2. Kamer: woning waarin één of meer van de volgende voorzieningen ontbreken:
            - WC;
            - bad of douche;
            - kookgelegenheid
en waarvan de bewoners voor deze voorzieningen afhankelijk zijn van de gemeenschappelijke ruimtes in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.

3. Huurder van een kamer: elkeen die, in welke hoedanigheid of vorm of onder welke benaming ook, hetzij uitsluitend voor zichzelf, hetzij in gemeenschap met andere bewoners, het genot krijgt over een kamer zonder daarvan eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder te zijn.

4. Gemeenschappelijke ruimte: deel van de kamerwoning aangewend als zitplaats en/of keuken met inbegrip van de interne circulatieruimte en de eventuele sanitaire voorzieningen.

5. Verhuren van een kamer: de terbeschikkingstelling, in welke vorm of onder welke benaming ook van een kamer in een kamerwoning, aan een huurder, ongeacht of dit gebeurt samen of gelijktijdig met de terbeschikkingstelling in welke vorm of onder welke benaming ook, van:
            a) meubels voor de kamer;
            b) gemeenschappelijke ruimtes

6. Verhuurder: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die als eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter, opstalhouder of lasthebber een kamerwoning of kamer, verhuurt of ter beschikking stelt tegen betaling of gratis.

7. Kookruimte: lokaal of deel ervan dat bestemd is om te koken en dat bestaat uit een gootsteen met koudwatertoevoer en een aansluiting op het rioleringsnet.

8. Gemeenschappelijke kookruimte: gemeenschappelijk woonlokaal of deel ervan dat bestemd is om te koken en dat bestaat uit één of meer gootstenen, voorzien van koudwatertoevoer met een aansluiting op het rioleringsnet, alsmede uit een of meer kooktoestellen op gas of elektriciteit.

9. Bad: lig- of zitbad, voorzien van koud- en warmwatertoevoer en aansluiting op het rioleringsnet.

10. Douche: stortbad, voorzien van koud- en warmwatertoevoer en aansluiting op het rioleringsnet

11. WC: een toilet met waterspoeling, reukafsnijder en aansluiting op het rioleringsnet.

12. Gemeenschappelijk sanitair: lokaal gemeenschappelijk lokaal dat uitsluitend bestemd is voor de persoonlijke hygiëne van de kamerbewoners.

13. Gemeenschappelijke badkamer of douche: gemeenschappelijk sanitair lokaal met een bad of een douche.

14. Gemeenschappelijk wc-lokaal: gemeenschappelijk sanitair lokaal met een WC.

Artikel 2: Toepassingsgebied

De terbeschikkingstelling van de kamers, in welke vorm of onder welke benaming ook, zoals omschreven onder de definities, is verboden indien ze niet voldoen aan de in onderhavige verordening gestelde eisen.

Deze verordening is van toepassing op het terbeschikkingstellen, in welke vorm of onder welke benaming ook, van een kamer in een kamerwoning aan een huurder, ongeacht of dit gebeurt samen of gelijktijdig met de terbeschikkingstelling in welke vorm onder welke benaming ook van meubels voor de kamer of gemeenschappelijke ruimtes.

Deze verordening is niet van toepassing op:

- de gemeubelde woongelegenheden verhuurd aan personen welke deel uitmaken van het gezin van de verhuurder en gedomicilieerd zijn op hetzelfde adres;
- de gebouwen bestaande uit woongelegenheden die meerdere vertrekken beslaan, voorzien van bijhorend sanitair en keuken en die duidelijk het karakter vertonen v an een appartement of studio;
- rustoorden voor bejaarden, ziekenhuizen, internaten, jeugdherbergen, kloostergemeenschappen, hotels en alle andere instellingen en/of gebouwen waarvoor terzake een duidelijke wettelijke reglementering bestaat.

HOOFDSTUK II: VEILIGHEIDS- EN KWALITEITSNORMEN

DEEL I: ALGEMEEN

Artikel 3: Identificatie

Het is noodzakelijk dat de kamers duidelijk herkenbaar zijn door middel van het aanbrengen van een onuitwisbaar volgnummer aan de gang- of buitenzijde van de deur.

Artikel 4: Oppervlakte, volume en hoogte

Artikel 4§1
Een kamer waarin geen kookmogelijkheden of een bad of stortbad aanwezig zijn, heeft een oppervlakte van minimum 12 m² wanneer ze wordt bewoond door één persoon.
Indien de kamer aan meer dan één persoon verhuurd wordt, wordt de minimale oppervlakte verhoogd met 12 m² per persoon in meer.
De huurders van de kamers beschikken in de gemeenschappelijke ruimtes (zie artikel 1 punten 10, 14, 15 en 16) over kookmogelijkheden en een bad of een stortbad in een door de Vlaamse regering vastgestelde of vast te stellen verhouding tot het aantal kamers in de kamerwoning (zie BVR d.d. 03 oktober 2003).

Artikel 4§2
Bij gebrek aan de in artikel 4§1 bedoelde kookmogelijkheden en een bad of stortbad in de gemeenschappelijke ruimtes, dienen deze voorzieningen aanwezig te zijn in de kamer. De in artikel 4§1 vermelde minimale oppervlakte wordt in dit geval telkens verhoogd met 3m².
Voor het bepalen van de oppervlakte van kamers gesitueerd in een uitgetimmerde dakverdieping en die gekenmerkt worden door een driehoekige vorm, d.w.z. dat het plafond niet evenwijdig is aan de vloer, wordt slechts rekening gehouden met deze oppervlakte waar een vrije hoogte van minstens twee meter twintig centimeter voorhanden is.

Artikel 4§3
De kamer heeft een minimale hoogte tussen vloer en plafond van twee meter twintig centimeter.

Artikel 5: Verluchting en verlichting

De kamer beschikt over voldoende verlichtings- en verluchtingsmogelijkheden. De kamer moet rechtstreeks licht en buitenlucht ontvangen door ten minste één te openen verticaal venster of ten minste één te openen dakvenster. De onderkant van het raam mag zich op ten hoogste één meter twintig boven de vloer bevinden. De oppervlakte van alle vensters mag niet minder bedragen dan 1m². De breedte en de hoogte van elk afzonderlijk venster of dakvenster mag niet minder bedragen dan 0,5 meter.

Artikel 6: Sanitaire uitrusting

De kamer beschikt over een wastafel met stromend water, afvoerinrichting en reukafsnijder.

Artikel 7: Elektriciteit

Artikel 7§1
De kamer beschikt over voldoende en veilige elektriciteitsinstallaties voor de verlichting van de kamer en voor het veilig gebruik van elektrische toestellen.

Artikel 7§2
In elke kamer dient minstens 1 vaste lichtbron en twee stopcontacten geplaatst te zijn; het voedingsnet moet voorzien zijn op de dagdagelijks te gebruiken elektrische toestellen.
De elektriciteitsinstallaties dienen te zijn geplaatst volgens de voorschriften van het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties).

Artikel 7§3
Vaste of verplaatsbare lichtbronnen mogen nooit afgedekt worden met brandbaar materiaal.

Artikel 8: Verwarming

Artikel 8§1
De kamer beschikt over voldoende en veilige verwarming. Als verwarmingsbronnen komen enkel in aanmerking: centrale verwarming, elektrische toestellen en luchtdichte gastoestellen met schoorsteen- of gevelafvoer; gashouders met propaangas zijn niet toegestaan.

Artikel 8§2
Het vermogen van de verwarmingselementen die deel uitmaken van de te huur aangeboden kamer moet in verhouding staan tot het volume van de kamer zodanig dat het plaatsen van bijkomende verwarmingselementen door de gebruiker van de kamer overbodig wordt.

Artikel 8§3
Gasleidingen en –toestellen moeten geplaatst zijn volgens de regels van de goede vakmanschap volgens normen NBN D SI-001/003/004 (installatie van brandbaar gas verdeeld door leidingen).

Artikel 8§4
Schoorstenen waarop toestellen voor vaste of vloeibare brandstoffen zijn aangesloten, dienen jaarlijks te worden gereinigd, de goede werking van alle schoorstenen en toestellen dient minstens 1 maal per jaar, met een tussentijd van maximum 12 maanden, te worden gecontroleerd door een bevoegd technicus.

Artikel 8§5
Het gebruik van verplaatsbare verwarmingstoestellen met vaste of vloeibare brandstoffen is verboden.

Artikel 9: Kookuitrusting

Artikel 9§1
Kookplaten moeten, wanneer ze gebruikt worden, geplaatst zijn op een plaat in onbrandbaar materiaal met een brandweerstand van een uur of op een aangepaste staalplaat. Deze plaat moet minstens 20 cm uitsteken buiten de rand van het toestel.

Artikel 9§2
Elektrische kookfornuizen met groot vermogen en gasfornuizen moeten duurzaam bevestigd en aangesloten worden. De temperatuur van de vloer waarop en de wand waartegen deze toestellen geplaatst zijn mag nooit boven de 50°C stijgen, zoniet moeten wanden en/of vloer beschermd worden door platen in onbrandbare of moeilijk warmtegeleidende materialen.

Artikel 9§3
In de onmiddellijke nabijheid van elk kooktoestel moet een poederblusser of een emmer gevuld met zand staan.

DEEL I: BRANDVEILIGHEID

Artikel 10
Met het oog op het verwittigen van de hulpdiensten moet in elke inrichting een telefoon voorzien worden, geplaatst in de gang op het gelijkvoers in de onmiddellijke buurt van de voordeur.

Artikel 11
In de kamers mogen enkel papierbakjes voorkomen vervaardigd uit niet-brandbare materialen.

Artikel 12
De wanden tussen de kamers onderling en tussen de kamers en de evacuatiewegen (deuren inbegrepen) moeten een brandweerstand van 1/2 uur bezitten. Gepleisterde plafonds zonder beschadigingen of openingen worden toegelaten als brandwerend bouwelement.

Artikel 13
De steunmuren en verticale steunelementen moeten uit onbrandbare materialen vervaardigd zijn zodat zij minstens 2 uur weerstand bieden aan het vuur.

Artikel 14
Per verdieping dient buiten de normale uitgang minstens één vluchtweg aanwezig te zijn. Als nooduitgang wordt aanvaard: een metalen noodladder aan de buitenzijde van het huis, een terras of afdak. Deze nooduitgang moet voor alle bewoners van de verdieping bereikbaar zijn.

Artikel 15
Per verdieping moet minstens één gebruiksklare en niet vervallen poederblusser of muurhaspel voorhanden zijn op een gemakkelijke te bereiken plaats. De afstand tussen elke woonruimte en de poederblusser of muurhaspel mag maximum 20 m bedragen.

De blusmiddelen dienen te voldoen aan NBN EN 3.1 t.e.m. 3.6 voor draagbare blusmiddelen en NBN EN 671-1 voor muurhaspels met constante watertoevoer.

Artikel 16
De trappen moeten minstens 70 cm breed zijn. De wanden en vloeren van het trappenhuis moeten uit onbrandbare materialen bestaan. De deuren die op het trappenhuis uitgeven evenals de beglaasde panelen moeten een brandweerstand hebben van 1/2 uur. Deuren van gemeenschappelijke ruimten die op het trappenhuis uitgeven, moeten opengaan in de richting van de vluchtweg en automatisch sluiten (deurpomp of veer).

Artikel 17
Op ieder niveau van het trappenhuis dient een rookdetectie-installatie te zijn aangebracht.

Artikel 18
In geval van meer dan 3 bouwlagen (kelderverdieping niet meegerekend) moet in het hoogste gedeelte van het trappenhuis een buitenraam met dun vensterglas of een automatische rookluik zijn aangebracht

Artikel 19
De trap die toegang geeft tot de kelderverdieping mag niet in het verlengde liggen van de rest van het trappenhuis tenzij die trap volledig afgesloten is.

Artikel 20
De trappen en gangen moeten over hun volledige breedte vrij blijven. Er mogen geen hinderende voorwerpen geplaatst worden.

Artikel 21
Bij een inrichting van meer dan 3 bouwlagen (kelderverdieping niet meegerekend):

- moeten trappen, trappenhuis en gangen voorzien zijn van een autonome veiligheidsverlichting. Deze moet, binnen de 30 seconden nadat de normale verlichting uitvalt, automatisch in werking treden en dit gedurende 1 uur;
- zal de verhuurder een lijst met veiligheidsvoorschriften, te volgen in geval van brand of ongeval, opstellen en deze aanplakken op een voor alle bewoners toegankelijke plaats.

Artikel 22
Elke woonruimte moet een rechtstreekse toegang hebben en voorzien zijn van een slotvaste deur en een buitenraam dat vanuit de kamer kan geopend worden en waardoor evacuatie mogelijk is.
De toegangen tot het gebouw moeten voorzien zijn van een slotvaste deur.

Artikel 23
In de kelderverdieping mag geen woonruimte ingericht zijn.

Artikel 24
In de kelderverdieping mag geen brandbaar materiaal of afval opgestapeld worden, tenzij dit gebeurt in een daartoe speciaal ingerichte ruimte, opgetrokken uit onbrandbare materialen (rf = 2u) en afgesloten met deuren die een brandweerstand hebben van 1 uur.

Artikel 25
In een inrichting van meer dan 3 bouwlagen (kelderverdieping niet meegerekend) moet in de onmiddellijke nabijheid van de toegangstrap een duidelijke schets van de kelderverdieping aangebracht zijn; daarop moeten de plaats van de lokalen met verhoogd brandrisico (stookplaats, gasmeter, e.d.), evenals de toegang zelf tot de kelderverdieping op een opvallende wijze aangeduid zijn.

 

HOOFDSTUK III: CONFORMITEIT / SANCTIES

Artikel 26

Artikel 26§1
De conformiteit van de kamerwoning en van elke kamer afzonderlijk met de in deze verordening gestelde normen, wordt vastgesteld in een vergunning aan te vragen bij de burgemeester. Zonder deze vergunning mag niemand een kamerwoning terbeschikking stellen.

Artikel 26§2
Een afschrift van deze vergunning moet op een zichtbare plaats in de kamerwoning worden aangebracht.

Artikel 26§3
De verhuurder vraagt de vergunning aan bij de burgemeester van de gemeente waar de kamerwoning is gelegen, dit met aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs.
De aanvraag omvat:
    1. identificatiegegevens van de verhuurder;
    2. identificatiegegevens van de eigenaar en de houder van het zakelijk recht;
    3. een plan met aanduiding van het aantal kamers en van de gemeenschappelijke ruimtes;
    4. in voorkomend geval, vermelding van het aantal bewoners van de kamer(s) en van de kamerwoning.

De verhuurder is verantwoordelijk voor de naleving en het voldoen aan de voorwaarden van onderhavige verordening. Zo de verhuurder niet in het gebouw verblijft, dient hij in een gebouw met meer dan drie huurders een plaatselijke verantwoordelijke aan te duiden, die verplicht het gebouw bewoont. Deze verantwoordelijke zal toezicht houden op de goede staat en het gebruik van het verhuurde goed. De verhuurder blijft alleen aansprakelijk voor de naleving van de betreffende reglementen en verordeningen.
De verhuurder voegt bij de aanvraag tevens een afschrift van het eventuele brandweerattest en de attesten van erkende keuringsdiensten voor de elektrische installaties en de gasinstallaties waarover hij beschikt.
Elke woongelegenheid heeft een eigen blijvend nummer. Deze nummering dient doorlopend te zijn en begint vanaf het cijfer 1 (zie ook artikel 3).

Artikel 27
De vergunning is geldig voor een periode van vijf jaar.

Artikel 28
De vergunning ontlast de aanvrager niet van zijn verplichtingen te voldoen aan andere terzake doende wetgeving en geldende reglementeringen. Iedere huurder van een kamerwoning (die er zijn hoofdverblijf heeft) dient zich te laten inschrijven in het bevolkings- of vreemdelingenregister (zie a.o. op het houden van de bevolkings- en vreemdelingenregisters)

Artikel 29
De kamers en het gebouw dienen blijvend te beantwoorden aan de voorwaarden en vereisten die krachtens onderhavige verordening van toepassing zijn. Geen uitbreiding of verbouwing kan noch mag gebeuren zonder voorafgaandelijk over een bouwvergunning te beschikken.
Van die werken waarvoor geen bouwvergunning is vereist, dient de burgemeester onmiddellijk in kennis te worden gesteld teneinde controle mogelijk te maken op de overeenstemming van die werken met de bepalingen van onderhavige verordening.

Artikel 30
De vergunning, vervalt van rechtswege vanaf het ogenblik dat de kamerwoning ongeschikt of onbewoonbaar wordt verklaard overeenkomstig het decreet op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting of artikel 135 van de Gemeentewet.
Wanneer de kamerwoning of de kamers opnieuw te huur worden gesteld of verhuurd nadat de kamerwoning ongeschikt- of onbewoonbaarverklaring werd verklaard, moet de verhuurder een nieuwe vergunning aanvragen voor de kamerwoning en de kamers.

Artikel 31
De vergunning wordt ingetrokken in de volgende gevallen:
    1. als de kamerwoning of de kamer niet langer voldoet aan de veiligheids- en kwaliteitsnormen bedoeld in deze verordening en
    2. wanneer de kamer aan meer personen wordt verhuurd dan volgens de vergunning is toegelaten;

Artikel 32
De verhuurder/huurder mag zich niet verzetten tegen een controlebezoek aan zijn inrichtingen of kamer door de afgevaardigden van de politie, de brandweer of de technische dienst. Zij zullen de nodige inlichtingen verstrekken om het bezoek in de beste omstandigheden te laten verlopen. Dit bezoek zal uitsluitend plaats hebben in overleg met de verhuurder/huurder.

Artikel 33
Overeenkomstig artikel 133 tot en met 135 van de Gemeentewet neemt de burgemeester, met het oog op de naleving van de voormelde normen, alle noodzakelijke maatregelen.
Ingeval deze maatregelen gepaard gaan met gedwongen uitdrijving neemt de burgemeester de nodige initiatieven met het oog op herhuisvesting van de betrokken bewoners.

Artikel 34 - Strafbepalingen

Overtredingen op de bepalingen van huidige verordening zullen worden bestraft met politiestraffen voor zover door wetten, algemene of provinciale verordeningen die in dit verband zouden bestaan, geen andere straffen voorzien zijn.

Artikel 35 - Overgangsmaatregelen

Inrichtingen die op het ogenblik van de inwerkingtreding niet voldoen aan de bepalingen van dit reglement, dienen onmiddellijk het initiatief te nemen de nodige aanpassingen door te voeren. De aanpassingen moeten ten laatste voltooid zijn op 01 januari 2007. Indien het onmogelijk is te voldoen aan één of meerdere vereisten van deze reglementering tegen 01 januari 2007 kan de burgemeester een in tijd beperkte afwijking toestaan. De afwijkingen mogen geen betrekking hebben op punten die door andere wettelijke verbodsbepalingen geregeld worden en waarvoor eventueel een andersluidende ingangsdatum is opgelegd, die in zulk geval primeert.

Artikel 36
Onderhavige besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 112 van de nieuwe gemeentewet.

Artikel 37
Deze verordening treedt in werking op de datum van bekrachtiging door de Vlaamse Regering.


 

Back Up Next    

pagehits sedert 04-11-2000:

website Martin Acke

 martin.acke@telenet.be   © 2000-2014