Toespraak van Jozef Peirens, ex-voorzitter, bij gelegenheid van de academische zitting “25 jaar Gemeentelijke Culturele Raad van Zelzate” op 3 oktober 2003.

 

Was het een modegril? Of was het een wil om het cultuurleven echt te stimuleren en onze verenigingen een hart onder de riem te steken? Het was een feit dat zowat 30 jaar terug overal de geruchten de ronde deden en pogingen gedaan werden om een culturele raad op te richten.

 

Ook Zelzate bleef niet ten achter. Verschillende tussenkomsten van de meerderheid en oppositie in de gemeenteraad en blijvende vragen van onze verenigingen resulteerden in het oprichten van een voorlopige gemeentelijke culturele raad. Toenmalig burgemeester Danschutter nam het initiatief en er kwam een voorlopige raad onder het voorzitterschap van Lucien Renier. Met als eerste en enige opdracht uit de toenmalige algemene vergadering een definitief bestuur op te richten. Dit gebeurde 3 maand later en in 1977 werd een bestuur samengesteld en kon men starten.

 

Wij zochten in die beginperiode vooral naar de doelstelling van zo een culturele raad. Ik kan u verzekeren dat de mening bij de leden nogal uiteenlopend was. Wij kwamen uiteindelijk tot een drietal punten welke wij als doel goed voor ogen hielden:

 

1) De Gemeentelijke Culturele Raad moest stimulerend werken voor al ons verenigingen;

2) Coördineren van de verschillende activiteiten was ook een van onze opdrachten;

3) De verenigingen helpen bij het organiseren en zelf af en toe iets organiseren, namen wij ook als doelstelling.

 

De eerste jaren van onze werking is er veel tijd gestoken in het opstellen van statuten en een huishoudelijk reglement. Dit was nodig voor het bekomen van de nationale erkenning, iets waarin wij ook geslaagd zijn.

 

Enkele bedenkingen bij de doelstellingen:

 

1) Stimulerend werken:

 

Een vaststaand feit was dat, in tegenstelling met de culturele raden in onze buurgemeenten zoals Assenede en Evergem, wij niet konden rekenen op financiële steun voor onze verenigingen. Op enkele uitzonderingen na, zoals onze harmonieën en later ook Koor ter Looveren, was daar geen sprake van. Wij zochten naar nieuwe of verbeterde vormen van steun. Zo verbeterde de logistieke steun, zoals vervoer en gebruik van materialen, gebruik van gemeentelijke lokalen, verkrijgen van financiële steun bij toneelopvoeringen zowel met eigen mensen als met een gastgroep.

 

Geachte vergadering, deze zaken in hun globaliteit waren en zijn nu nog zeker niet te verwaarlozen.

 

2) Coördinatieopdracht:

 

Teveel zagen wij, en nu nog, dat activiteiten van verschillende verenigingen op dezelfde dag voorzien waren. Dit is moeilijk te vermijden. Wij hebben dat getracht door middel van affiches, met alle activiteiten waar wij op de hoogte van waren, te verspreiden. Een bord, waar de mogelijkheid bestond de planning na te zien en eventueel aan te passen, werd geplaatst in de bibliotheek. Het publiceren van de maandelijkse cultuurkalender in de pers. Deze zaken en nog meer moesten de coördinatie bevorderen. Dit lukte de ene periode beter dan de andere. U kunt moeilijk een kalender publiceren als de verenigingen geen activiteiten binnen sturen. Maar volhouden was hier de boodschap.

 

De voorbije 25 jaar kunnen in verschillende perioden worden verdeeld. Het bestuur werd om de zes jaar herkozen (dit viel samen met de gemeenteraadsverkiezingen). Dit was dan ook de enige gelijkenis met de politiek. Voor het overige trachtten wij de werking buiten politieke invloed te houden. Eens zei ik “cultuur heeft geen kleur, een muzieknoot is zwart of wit.” Zelfs in de sport kunnen wij zeggen een voetbal is normaal zwart en wit. Soms speelt men met een gekleurde bal (zeer uitzonderlijk bij sneeuwval).

 

Ik wil ga u een kleine opsomming van hoogtepunten geven. De tijd laat niet toe daar verder op in te gaan:

 

- Grensoverschrijdende samenwerking met Sas van Gent, o.a. tentoonstellingen;

- Europees jaar van de muziek: gezamenlijke optredens van onze harmoniën (toen nog drie), Taptoe en overal muziek, zelfs een orgelconcert klonk uit de kerktoren;

- Meewerken aan open monumentendag;

- Culturele Veertiendaagse en cultuurmarkten

- Volksfeesten ter gelegenheid van 11 juli in het kader van Vlaanderen 2001;

- Groepsbezoeken aan de opera en degelijke optredens ter plaatse van o.a. Marco Bakker, Walter Boeykens, Willem Vermandere en andere.

 

In het kader van de steun aan onze verenigingen zochten wij samen met het college naar de mogelijkheid tot het oprichten van een cultureel centrum. Eens waren er zeer concrete plannen maar andere realisaties deden deze plannen naar de diepvries verhuizen. Spijtig.

 

Stimuleren, coördineren en helpen bij organiseren: aan deze doelstelling hebben wij gedurende de voorbije 25 jaar gewerkt. Wij konden rekenen op de medewerking van het gemeentebestuur en bij het organiseren steeds op de technische dienst van de gemeente. Wij hadden een goed werkend bestuur en de verenigingen stonden achter ons. Dit ondervonden wij op de steeds goed bijgewoonde algemene vergaderingen.

 

Men heeft mij gevraagd binnen de 10 à 15 minuten te blijven. Het was niet gemakkelijk 25 jaar werking samen te vatten in deze korte tijd. Het mocht geen saaie opsomming worden en een bepaald thema iets meer benaderen was ook niet mogelijk. Ik heb daarom getracht vooral onze doelstelling te benadrukken.

 

Wij hebben vele zaken verricht, maar ook andere niet. Ons werk is niet af. Maar de nieuwe ploeg onder het voorzitterschap van Eric heeft het roer in handen genomen. Met nieuwe gedachten, met dezelfde of andere activiteiten wordt gewerkt aan dezelfde doestellingen. Ik wens hen veel succes. En u dank ik voor uw aandacht.